Category Archives: Weird Weekends

NEnz’s Weird World

Joehoe, daar ben ik weer! Vers van het strand van Valencia. En ook daar heb ik mij geen moment verveeld met het in ogenschouw nemen van bevreemdende situaties…

Mijn lief is gek op gin. Hij ontdekte het drankje twee jaar geleden in Valencia, in de bar van ons hotel om precies te zijn. Nu, twee jaar later, zijn we weer terug op die plek en blijkt heel Valencia gek op gin: je struikelt erover in supermarkten, delicatessenzaken hebben enorme displays ingericht vol benodigdheden om thuis de perfecte gin-tonic te maken en veel restaurants (zelfs strandtenten!) hebben een drankenkaart vol obscure en verrassende ginsoorten.

Zo ook het leuke strandtentje ‘Atuaire‘, gelegen naast ons hotel (steigerhouten meubelen, zeegroen geverfde muren, wapperende gordijnen en een tiental Egyptische lampen aan het plafond; ik word daar heel blij van). Daar staat nu zelfs een krijtbordje voor de ingang met daarop de trotse aankondiging: ’47 gins’.

Omdat ik net uit een vliegtuig was komen rollen en nog aan het bijkomen was van het pure geluk dat mijn koffer heel – wat zeg ik; überhaupt – was aangekomen (dat is nou mijn vliegangst: zo’n zielig uit elkaar gevallen koffertje aantreffen op de bagageband met daar achteraan al mijn onderbroeken en de beschamende extra rol wc-papier die ik altijd meeneem omdat ze je in hotels maar zo weinig geven… ja toch?) bestelde ik een saaie ijsthee om mijn zenuwen te bedaren. Vriendlief zag de blauwe zee, de wuivende palmen en het bord met ’47 gins’ en ging right for de gin met de meest obscure naam: ‘Monkey 47′.

Terwijl wij wachtten op onze bestelling en wat praatten en wat wegdroomden bij het zicht op de blauwe zee en palmbomen, zag ik de serveerster vanuit mijn ooghoek een soort uitklaptafeltje zonder blad naast onze loungestoelen plaatsen. Ik registreerde dit even met een bevreemdende blik en bedacht dat het misschien een accessoire zou zijn voor een muzikant die zou komen optreden ofzo. Maar toen kwam de serveerster weer terug, ditmaal met een dienblad vol spullen uit een scheikundelokaal een een apothekersfles met kurk waarop het paarse label ‘Monkey 47′ prijkte. Toen viel bij mij de peso. Ze zette het dienblad voor onze neus op het uitklaptafeltje (aha-moment) en begon met veel omhaal haar ‘act’ van het samenstellen van een gin. Vanaf een meter hoogte goot zij de tonic langs een extreem lange, gedraaide lepel naar beneden in een glas ter grootte van een kinderhoofdje. Er kwam nog net geen vuurspuwen aan te pas. Ondertussen keek de hele strandtent geboeid toe.
Vriendlief keek alsof hij door het zand kon zakken. Hij was net die meneer in een chique restaurant die een fles van de duurste wijn had besteld en daarmee in de spotlight werd gezet door obers met stijf linnen om hun arm gedrapeerd. Alleen zaten we hier in een strandtent, in korte broek, met zand onder onze teenslippers.

Op de ochtend van ons vertrek uit Valencia, hadden we nog wat tijd te doden. We besloten een wandeling door het buurtje achter ons hotel te maken. We slenterden wat door de straatjes, keken geboeid naar de oude pandjes en de graffiti-tags tot ik richting vriendlief schreeuwde: “niet kijken!!!”. Ja, dames en heren, daar, in het zonovergoten, beeldige Valencia met haar wuivende palmen en stralend blauwe zee – de allerlaatste beelden van onze trip die we in ons opnamen – zag ik een dode hond liggen.

Tijdens onze terugvlucht deed de purser aan boord van het vliegtuig mij denken aan deze blogpost over Happymakers. Terwijl we opstegen, praatte zij ons bij door de intercom: “In dit vliegtuig bevinden zich twee toiletten. Mocht u gebruik willen maken van het toilet voorin het vliegtuig, dan vragen wij u om te wachten ter hoogte van de eerste rij. De mensen op die rij zijn speciaal geselecteerd om een gezellig praatje met u te maken…” We stegen op onder keihard gelach.

NEnz’s Weird World

Appels zo groot als kinderhoofdjes

Sinds kort woon ik in een stad waar we ook een dorpskern hebben. Nu ben ik geboren en getogen in een stad waar je een kanon kon afschieten omdat er nooit een zier te beleven was, dus ik vind dat helemaal leuk: de kerkklokken die luiden, de markt op dinsdag en de eindeloze hoeveelheid plattelandswinkels waar je pompoenen, verse boerenkool en kersen kunt kopen. Ik was vrijdagochtend vroeg net de slaapkamerramen aan het openzetten, toen ik buiten één van de boeren uit de buurt hoorde praten met mijn buren. Hij kwam fruit verkopen aan de deur. Ik kon mijn geluk niet op: fruit aan de deur, hoe dorps! Ik vloog naar beneden toen de boer bij mij aanbelde. “Heb je fruit nodig? Ik heb appels, mandarijnen, sinaasappels en peren. Een euro per kilo”, zei hij. Ik riep hysterisch naar vriendlief, die op dat moment net zijn morning fix zat te gebruiken van een zéér sterke espresso en een rondje iPad: “Wat voor fruit zullen we nemen?”. Met de gebruikelijke ochtend-donderwolk boven zijn hoofd antwoordde hij bits: “Ik. Kan. Nu. Niet. Beslis jij maar.”. En zo gebeurde het dat ik maarliefst 12 (!) kilo appels en mandarijnen kocht. Want dat soort dingen moet je nooit aan mij overlaten.

Wat daaraan vooraf ging: ik keerde enthousiast terug bij de boer, riep: “Appels en mandarijnen graag! Van elk een kilootje.” De boer antwoordde: “Nee, maar dat kan niet; het gaat per twaalf kilo.” Ik stond met mijn mond vol tanden en durfde eigenlijk niet meer te protesteren (handige eigenschap, NEnz!) toen de boer zei: “Zal ik anders een kistje met een mix maken?”. Ik kon nog net twaalf euro bij elkaar sprokkelen uit mijn portemonnee.

En toen zaten we dus met een gigantische kist vol fruit. Ik ben het hele weekend bezig geweest om het uit te delen aan iedereen die op mijn pad kwam en heb volop verse appelsap staan persen en appelcake staan bakken. Beetje jammer alleen dat de appels zo groot zijn als kinderhoofdjes, dus dat je er slechts twee nodig hebt voor een rijk gevulde appelcake. Maar we gaan door. Tot we erbij neervallen.

Doorboord

Onderweg naar mijn schoonzusje om wat klapstoeltjes (en een tas vol appels en mandarijnen… zucht) te brengen dacht ik al: wat zit mijn beha raar. Ik vermoedde eerst dat ik misschien wat kruimels in mijn decolleté had gemorst, want het prikte een beetje (ja mensen: ik ben zo iemand met kruimels in haar beha). Maar ja: je zit in de auto, dan kun je niet uitgebreid checken wat er aan de hand is op boobhoogte. Ik reed net weg bij mijn schoonzusje en vervolgde mijn weg in de richting van het winkelcentrum, toen het ineens voelde of ik doorboord werd door een stuk ijzer. Met een oog op de weg en één hand in mijn decolleté (ik moest wel!), voelde ik dat de beugel van mijn beha door de stof heen was geschoten en keihard in mijn borstkas zat te prikken. Auw! Maar ik reed net op een doorgaande weg zonder bermen of vluchtstroken (het had me ergens wel komisch geleken als ik daar had gestaan terwijl er net een agent zou komen vragen wat er aan de hand was – zie je daar maar eens uit te redden!) dus ik kon niks anders doen dan een beetje onderuit zakken met mijn lijf, stoppen met ademhalen en ter plekke vijf kilo afvallen om te voorkomen dat het stuk ijzerdraad nog dieper in mijn lijf zou prikken. Zo gauw als ik kon, ben ik omgekeerd en terug naar huis gereden, naar boven gerend en heb ik mezelf bevrijd van mijn martelwerktuig. Toen ik daarna mijn verhaal naar mijn moeder typte in een Whatsapp-bericht, was ze zich doodgeschrokken. “Wil je nóóit meer de woorden ‘doorboord’ en ‘auto’ in hetzelfde bericht zetten?!” stuurde ze boos terug. Oeps…

Diesel

Zondagochtend ging ik – net als de rest van Nederland – even langs bij Oma (met – je raadt het al – een stuk appelcake). We praatten over de gebruikelijke onderwerpen; nagellak, recepten uit de Margriet en de laatste buurtroddels. Op een gegeven moment kwamen we aan bij het onderwerp familieleden (dat kan goed of slecht voor ze aflopen – meestal slecht). Mijn oma: “Je weet toch dat J. een hond heeft hè?” Ik: “Nee oma, daar wist ik niks van. Heeft ze die al lang?”. Oma: “Nou, met de Kerst had ze hem in ieder geval al. Het is een zwarte hond en hij heet Diesel. Ze heeft hem uit het asiel gehaald. Hij scheen daar te zitten omdat hij niet goed met kinderen om kon gaan. Enfin: met Kerst zaten we aan het diner bij mijn zus, toen D. (het kleine neefje van J., degene met de hond) ineens ‘Auw!’ riep. Hij zei dat Diesel hem in zijn been had gebeten. En hij loog niet hoor, want ik zat ernaast! Ik had het dus allemaal zien gebeuren. Nou, wil je geloven dat ik vanochtend de Margriet opensla en dit zie…” – Oma pakt de bewuste Margriet en toont mij een opengeslagen pagina. Ik kijk naar een Instagram-dagboek van Jelle Brandt Corstius. Oma wijst met haar vinger naar één van de Instagram-foto’s waarop, zo staat te lezen in het onderschrift, Jelle Brandt Corstius de hond van een regisseur waarmee hij samenwerkt heeft gefotografeerd. Het is een zwarte hond en hij heet Diesel. Mijn oma roept nu op opgewonden toon: “Dat is dus die hond die J. nu heeft! Ik heb meteen mijn zus gebeld en haar erop gewezen. Misschien kunnen ze achter die regisseur aangaan en zo meer over de achtergrond van de hond te weten komen! Over waarom hij bijt enzo.”. Haar ogen zijn zo groot als schoteltjes. “Maar oma…” probeer ik voorzichtig, “dit kan toch nooit de hond van J. zijn, dit is de hond van een regisseur? Het staat erbij!”. Maar mijn oma is even vastberaden als Peter R. de Vries als hij iets op het spoor is en vervolgt: “Ja, maar dit schrijven ze toch ver vooruit? Het is een zwarte hond en hij heet Diesel! Welke hond heet er nou Diesel?”.

Ik heb mijn oma nog even uitgelegd dat mijn schoonzusje eerder die week vertelde over de kat van een vriendin-van-een-vriendin die ook zwart-met-wit is en óók Noodles heet (dus net als die van mij), maar ze was zo vol van haar ontdekking, dat ik haar grote geluk niet wilde verstoren. En bovendien: met Peter R. de Vries ga je ook niet in discussie.

NEnz’s Weird World

Op een drukke zaterdagmiddag sta ik bij de visboer te wachten tot mijn bestelling klaar is. Achter me komt een man de winkel binnen. Als het meisje achter de kassa vraagt wat hij wil hebben, zegt hij: “Kibbeling graag.” Het meisje vraagt: “Wat voor saus wilt u daarbij?”. Achter me hoor ik de man antwoorden: “Ravioli”. De zaak valt stil en het meisje kijkt uitdrukkingsloos in de richting van de man: “…” . Die daarop zegt: “Raviolisaus”. Op dat moment hoor ik mijn adem ontsnappen en mijn buikspieren samentrekken van een naderende lachstuip. Het meisje: “Ravigotte bedoelt u?”. De man: “O, eh ja.” De hele winkel blijft stil en de minuten tikken tergend langzaam weg terwijl een andere verkoopster mijn bestelling inpakt. Ik durf mijn lief niet aan te kijken en ook niet te kijken naar de ravioliman. ‘Vlug, denk aan iets zieligs, denkaanietszieligs!!!!!’ spreek ik mezelf vermanend toe. Mijn lief, die donders goed in de gaten heeft dat als het nog iets langer gaat duren, ik een hoge kreet à la een gillende keukenmeid zal uitstoten, probeert me af te leiden door te zeggen: “Het wordt komende week koud weer hè?”. Als mij het tasje met mijn bestelling wordt overhandigd over de toonbank, racen we richting de uitgang om buiten, voor de deur, in lachen uit te barsten.

Ik was dit weekend met mijn moeder op de kerstmarkt in Düsseldorf. We proberen elk jaar te gaan om kerstinkopen te doen, ons te laven aan de mooi versierde etalages (ja vooral die kitscherige met bewegende knuffelberen die de was uit hangen, schaatsen en in pannen met nep-gluhwein roeren) en lekker hysterisch Duits glühwein te drinken in de kou, met iets van een dampend hete Flammküchen erbij (of iets anders waar je direct dichtslibbende aderen van krijgt: ons dieptepunt bereikten we ooit toen we een soort van aardappelpuree gevormde bal met een gefrituurde korst en een vulling van gehakt aten. De genadeklap kwam in de vorm van een vage currysaus met uien die erbij werd geserveerd). Dan moet je je overigens wel een weg zien te banen langs kramen waar rookwolken met currywurst-aroma uit opstijgen en heel veel mensen die zo’n dikke glibberende worst staan weg te happen. Elk jaar roepen we aan het begin van de kerstmarkt tegen elkaar: “Jakkes, currywurst”, om aan het eind van de dag te zeggen: “Eigenlijk ziet het er toch wel lekker uit…”. Elk jaar gaan we ook naar dezelfde kraam met gepofte kastanjes, “want”, zo zegt mijn moeder dan, “die man haalt die kastanjes met van die grote handschoenen uit het vuur om te checken of ze goed gepoft zijn. Dat vind ik zo leuk.” Na even zoeken hebben we hem gevonden. We bestellen de grootste tüte en mijn moeder betaalt de verkoper, die in het Duits mompelt dat hij ons daar elk jaar ziet. Vervolgens buigt hij richting het oor van mijn moeder en fluistert haar iets toe. Het lijkt wel alsof hij haar wil versieren. Als ik haar even later vraag wat de kastanjeverkoper haar vertelde, zegt ze: “Hij gaf me een tip voor de Imbiss met de beste currywurst. Zien wij eruit alsof wij op zoek zijn naar currywurst?!”.

NEnz’s Weird World

Afgelopen vrijdag moest mijn lief naar de kaakchirurg voor het verwijderen van zijn verstandskies. Nu is het voor mij ongeveer 12 jaar geleden dat mijn verstandskiezen eruit moesten, maar er kwamen al direct beelden bij mij boven: mijn moeder die mij meelokte naar het ziekenhuis onder het valse voorwendsel ‘dat ze alleen even zouden gaan kijken’, hoe ik kort daarop in een tandartsstoel lag en drie injecties in mijn mond kreeg, het groene operatielaken dat over me heen werd uitgevouwen (toen dacht ik pas écht: holy crap, dit wordt een echte operatie, zoéén uit films! Waaaaaah), de geur en smaak van metaal en hoe vier artsen hun gewicht in de strijd gooiden om mijn in vier stukjes gezaagde verstandskies uit mijn mond te krikken.

Daarna smaakte de Ben & Jerry’s wel extra lekker, kan ik je vertellen. En de pijnstillers; zakjes poeder met sinaasappelsmaak die mij deden denken aan Double Dip, trouwens ook.

Dit alles hield ik echter voor me toen mijn lief me vroeg hoe ik de ingreep had ervaren en of het pijn deed. “Och…”, zei ik luchtig, “het duurt vijf minuutjes, voel je niks van. En je krijgt hele lekkere pijnstillers.”

En zo zaten wij die vrijdag op twee van de vijf aanwezige stoeltjes in de smalle gang bij de kaakchirurg; volgens de tandarts die ons had doorverwezen “een Surinaamse man die bijna met pensioen gaat. Zijn praktijk ziet er niet uit, maar daar moet je maar niet op letten, want hij is heel goed.” Aan de muur hingen posters van Ollie B. Bommel en een krantenartikel uit 1997 over de kaakchirurg, waarin uit de doeken werd gedaan dat hij in zijn vrije tijd graag gedichten schrijft. Ik had mijn laptop meegenomen voor de zekerheid; om wat te kunnen werken terwijl mijn lief in de stoel van de kaakchirurg lag. We verwachtten binnen een half uur zeker weer buiten te staan.

Tweeënhalf uur (!) later en vijf jaar ouder liepen we de praktijk uit. Ik had in de tussentijd bijna al mijn werk voor die dag af en een innige band opgebouwd met een Marokkaanse man van toch zeker een jaar of 70, die mij in geuren en kleuren (én gebrekkig Nederlands waardoor ik de helft niet verstond of vrij invulde) had verteld dat deze bewuste kaakchirurg hem in 1975 had geholpen bij het reconstrueren van zijn kaak, waarna hij zeer doelbewust zijn rechtermouw opstroopte om mij het litteken van een wond te laten zien: “Heeft hier vleesjjj vanaf gehaald. Hier, vleesjjj, van arm. Nu mag niet meer. Nu moet van hier”, waarop hij woest tegen het gehemelte in zijn mond tikte. Ik moet zichtbaar onder de indruk zijn geweest, want hij vervolgde: “Iek was hier half negen, maar hij zeggen ‘waar is ondergebit?’. Iek was vergeten. Iek moest weer terugkomen. Kijk, iek was ondergebit vergeten.” Waarop hij middenin de wachtkamer de onderste helft van zijn kunstgebit uit zijn mond haalde en aan mij toonde. Ik moest inwendig te hard lachen om flauw te vallen of te walgen. Daarna liet hij mij nog een stuk of drie keer het litteken op zijn arm zien.

Mijn arme lief verging het ondertussen natuurlijk veel beroerder. Toen de kaakchirurg mij binnenriep omdat hij aan het afronden was, zei hij: “Normaal duurt dit vijf minuten, maar we konden er gewoon niet bij. Ik maak één keer per jaar zo’n geval mee.”. Arme lief. De kaakchirurg gaf nog wat instructies mee: “Ik schrijf een antibioticum voor. Het kan zijn dat u daar darmproblemen van krijgt.” Hij keek naar mij en riep: “Mevrouw, niet luisteren!” Hij keek weer naar mijn lief en vervolgde: “…maar dan gaat u gewoon naar Albert Heijn en koopt u kuipjes Activia. Die zouden moeten helpen.”

Mijn lief is nu nog steeds herstellende van de ingreep (zowel fysiek als mentaal). Hij kreeg niet eens die lekkere sinaasappelpijnstillers die ik me herinnerde van vroeger en hij moet binnenkort weer terug voor zijn andere verstandskies. Ik verheug me daarentegen nu al op nieuwe verhalen uit de wachtkamer…

NEnz’s Weird World

Mijn broertje – net kersverse vader geworden van het schattigste schepsel ooit – vertelde dat de kraamverzorgster de deuren van de douchecabine eruit gelopen had. Ik wilde nog graag weten hoe of waarom, liefst met levensechte animaties, maar daar was geen tijd voor want nou ja, als je eenmaal een baby hebt, is er geen tijd voor koetjes & kalfjes meer. Enfin: mijn broertje vertelde dat hij de hulp had ingeroepen van mijn vader. Die kwam langs om de douchecabine te repareren. Nu moet je weten: mijn vader doet bijna alles wat hij doet, ‘t liefst liggend. We weten ook niet waarom; maar hij had beslist geboren moeten worden aan boord van een raket. Dus lag mijn vader languit in mijn broertje’s badkamer om de douchecabine te repareren. Mijn broertje ging even weg, keerde even later weer terug en keek naar de rode sokken van mijn vader. “Ik dacht: wat gek!”, zei hij later tegen mij, “Ik dacht namelijk dat hij aan was gekomen met bláuwe sokken aan” (op dat moment lag ik al onder tafel van het lachen). Toen hij mijn vader daarmee confronteerde – die op dat moment horizontaal lag te puffen van de noeste arbeid – deed die het mysterie af, door te zeggen: “Hè? Ja, is vast chocola ofzo.” Ik wijt het aan een nijpend slaaptekort dat mijn broertje toen niet met een heel groot vraagteken boven zijn hoofd verder heeft gevraagd (ik zit namelijk op en neer te springen in mijn bureaustoel van verontwaardiging terwijl ik dit schrijf), maar hij zei dat hij het wel vreemd vond, maar er verder niks mee deed, tot hij in de hoek van de badkamer – ongeveer aan het voeteneind van mijn vader – een fles chloor ondersteboven zag liggen. Leeg. Omdat íemand mijn vader er toch mee moest confronteren, deed ik dat later, tijdens een bezoek aan mijn ouderlijk huis, met de vraag of hij zijn sokken had gedip-dyed. Mijn vader: “Hè?” (altijd het eerste wat hij zegt in een conversatie) “nee, ik weet al wat dat was: ik gebruik van die hardnekkige kit.” Waarop mijn moeder verontwaardigd vanaf de andere kant van de tafel riep: “Ik heb je sokken gewassen nadat je thuiskwam, dat was zeker weten chloor!”. En je weet wat ze zeggen: mama knows best. Mijn vader is er niet meer op teruggekomen.

Je kent vast wel de blikken Kusmi Tea waar ik hier op nenz.net al vaker over heb geschreven. Het is Russische thee uit Parijs, die in prachtige blikjes wordt verpakt. Die blikjes zijn zo mooi, dat je ze ‘t liefst allemaal zou willen kopen. Daarom is het ook zo fijn dat er ook mini-blikjes van worden verkocht, voor een euro of vier, zodat je de verschillende smaken allemaal uit kunt proberen.
Mijn moeder toonde mij laatst trots de inhoud van haar keukenkastje, alwaar een keurige rij van die mini-blikjes stond opgestapeld. “Welke smaak wil je?”, vroeg ze, terwijl ze een rits blikjes uit de kast trok. “Verras me maar”, zei ik. Maar toen mijn moeder blikje één – enkele dagen daarvoor vers gekocht bij een leuk woonwinkeltje in de stad – opentrok, bleek dat nagenoeg leeg. “Hè?!”, zei mijn moeder verbaasd. Waarna ze een ander nieuw blikje opende. Dat ook maar tot een derde gevuld was. Mijn moeder keek op de deksel en riep uit: “Shit, ik heb de TESTERS gekocht!”. En inderdaad: op het deksel van de blikjes prijkte een grote ronde sticker die zelf vanuit het Internationale Ruimtestation ISS zichtbaar zou zijn, met daarop in viltstift geschreven: ‘TESTER’. Dat kan ook alleen mijn familie overkomen.

En oké, eerlijk is eerlijk nadat ik hierbij de was van mijn familie heb buiten gehangen zal ik ook iets weirds van mezelf delen: ik zat laatst middenin mijn slaap rechtop in bed, keerde mij naar vriendlief en sprak de woorden (zegt hij): “Heb je de loempia’s wel koud gelegd?”. Note: wij leven in een loempia-vrij huishouden (als hier al een loempia binnenkomt, is ‘ie namelijk meteen op). Tja, wat wil je: het zit in de familie…

NEnz’s Weird World

Ik weet wat je denkt: twéé keer NEnz’s Weird World achter elkaar? Maar hee: waarom niet? Het is tenslotte vakantie (althans voor mij! Joepie!). Ik dacht: ook niet leuk als u nu steeds naar dezelfde oude blogpost zit te staren, daarom ben ik toch maar weer achter mijn laptop gekropen om mijn laatste avonturen met je te delen. Hierna zal ik mijn drukke werkzaamheden hervatten (lui in mijn hangstoel liggen, kokoswater drinken, een eindeloze hoeveelheid boeken & tijdschriften lezen en mijn nagels elke dag in een andere kleur lakken).

Vrijdag had ik met mijn moeder en schoonzus S. afgesproken in de stad voor een dagje shoppen. Omdat ik dichtbij de stad woon, kwam ik op eigen gelegenheid en besloot ik – omdat het nog vroeg was en toch op de route lag – maar vast even langs de Nespresso-counter in de Bijenkorf te lopen om mijn koffievoorraad aan te vullen. Ik zou dan wel de hele dag met een tas vol koffiecapsules moeten slepen, maar als je daar na elven op de stoep staat, staat er een rij van hier tot Sint-Juttemis. Ik word trouwens altijd een beetje ongemakkelijk bij Nespresso van de hartelijke behandeling die je daar krijgt. Na jarenlang geschoffeerd te zijn door winkelmedewerkers kan ik er niet zo goed tegen als ik opeens uiterst vriendelijk te woord wordt gestaan, mij altijd een gratis kopje koffie wordt aangeboden en de verkoopster of verkoper achter de toonbank vandáán stapt om mij mijn luxe papieren tas te overhandigen die uitschreeuwt dat ik behoor tot de elite. Ik weet me niet goed te gedragen bij zo’n luxebehandeling. Maar goed, ik liep naar buiten met mijn enorme tas vol koffie en kwam er algauw achter dat dat allemaal niet zo handig in de hand lag. Dus zat ik voor De Bijenkorf op de stoep al mijn etuis (elitair woord voor een kartonnen huls) met capsules (elitair woord voor een veel te duur cupje met gemalen koffie) te herverpakken in de tassen die ik bij me had. Er stopte een oude man naast me. “Doe je die weg?”, vroeg hij. Ik keek op: “Die papieren tas bedoelt u?”. De oude man: “Ja. Doe je die weg?”. Ik: “Ja, die ga ik zo weggooien.” De oude man: “O, mag ik die hebben? Ik zie daar altijd mensen mee lopen en ik wil ‘m wel hebben.” Ik: “Ja hoor, tuurlijk mag u die hebben!”. En dus overhandigde ik de oude man mijn lege Nespresso-tas. Hij oogde meteen tien jaar jonger en vitaler.

Afgelopen zondag vierde ik alvast mijn verjaardag voor mijn familie (ik ben morgen pas officieel jarig; piñata’s en taarten mogen naar facebook.com/nenznet). Mooie gelegenheid voor sommigen van hen om onze nieuwe toko voor het eerst te zien (mijn familie woont door het land verspreid en we zien elkaar daardoor niet zo vaak).
Nu loopt onze woonkamer door in een lange gang die richting de werkkamer gaat (daar waar ik mijn blogjes voor nenz.net trouw tik). In die lange gang hebben we een soort ‘wall of fame’ gemaakt: een collectie met foto’s, posters en cd- en lp-hoezen van artiesten en kunstenaars die ons inspireren – dikwijls gesigneerd (want zulke nerds zijn wij dan wel; dat we na concerten altijd proberen om nog even met de artiest in kwestie te praten en een handtekening te scoren. En zo’n extra grote nerd is vriendlief; die gesigneerde foto’s van D’Angelo koopt op Ebay. Ik: “Volgens mij heeft hij er zelfs de naam van iemand anders op gezet!” Vriendlief: “Hou je mond!’).
Tante G. had even belangstellend staan kijken in de galerij, waarna ze naar schoonzusje R. (die heur haar die dag in en knot bovenop haar hoofd droeg; dat moet ik er even bij vertellen) stapte en zei: “Echt mooi, die foto van jou (?) die jouw broer heeft gemaakt (??).” Schoonzus R. keek haar niet-begrijpend aan. Tante G. zei: “Die grote foto, met die blauwe achtergrond.” Schoonzusje R. begon zich haast gevleid te voelen dat haar broer blijkbaar op een onbewaakt moment een foto van haar had gemaakt en die in onze galerij had gezet en liep met Tante G. mee naar de bewuste foto, om daar oog in oog te staan met een portret van zangeres Lianne La Havas. Tante G. wees naar de foto: “Dat ben jij toch? Jij bent toch ook zangeres?”.  Schoonzus R. zei: “Nee dat ben ik niet hoor, dat is een bekende zangeres”. Tante G.: “O! O! O! O, sorry!”.
Toen mijn schoonzus me later over dit voorval vertelde, kwam ik niet meer bij.

Diezelfde avond, toen de visite weg was, zaten vriendlief en ik na te praten in de tuin over een geslaagd feestje. Vriendlief wees en zei: “Kijk, een vlinder!”. Ik: “Het is een witte. Dat betekent toch dat iemand die overleden is, dicht bij je is?” Vriendlief: “Ja, dat zeggen ze ja.” Ik: “Ik denk dat het mijn (overleden) opa is. Ik moest net nog aan hem denken.” Vriendlief: “Ja, ik denk het ook”. Even zaten we daar zwijmelend in stilte, te denken aan mijn opa en te kijken naar de witte vlinder die vreedzaam tussen ons onkruid door fladderde. Toen vanuit het niets ons katertje Noodles door het beeld vloog; een snoekduik makend richting vlinder. “NEEEEE NOODLES!”, gilden we. Het was net zo’n fragment uit van die home videos waarbij een peuter vrolijk door de tuin waggelt en er ineens vanaf links of rechts een kat met alle poten gespreid in zijn/haar gezicht springt (stiekem mijn favoriete grappige kattenfilmpjes, maar niet doorvertellen). Maakt u zich geen zorgen: vlinder en kater hebben het allebei overleefd en maken het naar verhouding goed.

NEnz’s Weird Weekends: birthdaycrashen in Portugal

Het was geloof ik nog maart toen mijn moeder mij benaderde met een snood plan. Of ik het ook leuk vond om in juli stiekem naar Portugal af te reizen om mijn tante S. te verrassen op haar verjaardag. Die viert ze daar namelijk ieder jaar (en geef haar eens ongelijk!), omringd door een clubje bevriende Portugezen. Het leek ons ontzettend grappig om ons verjaardagscadeau zelf naar Portugal te komen brengen en ‘s ochtends zingend voor haar hotelkamerdeur te gaan staan. En wie zegt er nu nee tegen een paar daagjes in de Portugese zon?

Het was nog een hele toer om ons plannetje geheim te houden en wegens alle leugens die we hebben moeten vertellen, gaan we na dit leven waarschijnlijk linea recta naar de hel, maar o, wat was het leuk. Ondanks stakingen in Portugal in het vliegverkeer en al het openbaar vervoer, vlogen wij wel mooi op tijd (we zaten nog even te zenuwen, maar toen de piloot omriep dat we zelfs een half uur vroeger aan zouden komen dan gepland, barstten we in lachen uit). M.J., de receptioniste in het hotel die ook goed bevriend is met Tante S., zat in het complot en had ons allemaal een hotelkamer op dezelfde verdieping gegeven. Familievriend F. – ook in het complot – was al ter plaatse; Tante S. en haar man zouden de volgende dag aan het eind van de middag aankomen. Dat leek ons een mooie gelegenheid om ons uit de voeten te maken en met samen met vriend F. een dagje Lissabon in te trekken, zodat we mijn oom en tante konden ontwijken tijdens hun aankomst in het hotel.

Lissabon was prachtig en ik heb met het beklimmen van al die steile straten bil- en beenspieren getraind waarvan ik niet wist dat ze bestonden (spieren die ik meteen weer teniet heb gedaan door het nuttigen van enorme hoeveelheden pasteis de nata en kroketjes met bacalhau). Het hoogtepunt van de dag was een ritje in een Tuk Tuk die was gehuld in Portugees tegeltjesmotief, waarmee we over de keien van Lissabon vlogen. Een ander hoogtepunt was een bezoekje aan een hysterische schoenenwinkel, alwaar mijn moeder een trapje over het hoofd had gezien en met armen en benen gespreid een vrije val maakte, dwars door een muur van opgestapelde schoenendozen heen. Ik moest zo hard lachen dat mijn moeder niet eens tijd had om zich te generen.

In het treintje terug naar Estoril zaten we complotten te smeden om mijn oom & tante – die op dat moment in het hotel moesten zijn aangekomen – te verrassen. Vriend F. stelde voor dat we in hun bed onder de dekens zouden gaan liggen óf uit de kast zouden springen (zie je het voor je?). We hadden diverse mogelijkheden bedacht waar ze konden zijn: aan het hotelzwembad, bij de Brisa Bar – hun stam-strandtent – of misschien zelfs op hun balkon, en we vermaakten ons kostelijk met het idee dat mijn oom & tante op het balkon zouden zitten, ons zouden zien lopen en tegen elkaar zouden zeggen: ‘Hee, dat lijken …. wel? Maar dat kan toch nooit?’. Te moe van het beklimmen van al die steile straten en de hoge temperatuur, besloten we het nog maar even op z’n beloop te laten. Uiteindelijk werd het een verrassing voor alle partijen, want toen vlak voor het hotel de hoek omliepen, liepen we elkaar ineens tegen het lijf! Mijn oom en tante zagen aanvankelijk eerst alleen vriend F., die voorop liep, en knipperden daarna met hun ogen toen wij voorbijkwamen. Ze waren stomverbaasd. Missie geslaagd!

De dagen daarna zaten vol met zon, zee en nog meer bil- en beenspieren. Op zaterdagavond vierden we de verjaardag van mijn tante bij de Brisabar aan het strand. De hele familie van eigenaar Carlos was erbij, de usual suspects M.J. van het hotel en vriend F. waren van de partij, er waren bloemen en cadeautjes en ik zat op mijn blote voeten te genieten van een visschotel die speciaal voor ons – off menu – was bereid door de schoonmoeder van Carlos; de kokkin in de Brisabar. M.J. zat te vertellen dat ze de volgende ochtend om 08:00 alweer moest beginnen in het hotel, waarop vriend F. voorstelde om voor haar in te vallen. “Do you know Fawlty Towers?”, zei hij – duidend op de beroemde Britse televisieserie van een hotel dat wordt gerund door de chaotische John Cleese die alles in de soep laat lopen. M.J. antwoordde: “Forty towels?”. Ik heb nog nooit in mijn leven zo gehuild van het lachen. Terwijl ik mijn tranen droogde met een stapel toegeschoven zakdoeken, presenteerde Carlos een enorme slagroomtaart met kaarsjes en barstte de hele strandtent uit in de Portugese versie van ‘Wel gefeliciteerd’. De laatste noot was nog niet gezongen, of Carlos’ 6-jarige zoontje Francesco blies pardoes alle kaarsjes op de verjaardagstaart van Tante S. uit. Het was de perfecte avond.

De volgende dag hebben we afscheid genomen van Portugal met een bezoekje aan het kustplaatsje Cascais, een ijsje van Santini en – vaste traditie – een bezoekje aan de supermarkt (een van onze guilty pleasures is rondneuzen in een buitenlandse supermarkt). Terug in het hotel hebben we van iedereen afscheid genomen waarna we weer op het vliegtuig stapten terug naar Nederland. Het was dus een bliksembezoek aan Portugal, maar we hebben supergeconcentreerd genoten. Zoals mijn moeder zei: “Je zou kunnen zeggen dat het veel te kort was, maar kijk nou toch eens hoe gaaf het is dat je zoiets kunt doen voor een weekend!”. Pure joie de vivre dus. Laten we maar gauw weer eens iemands verjaardag gaan crashen

Graffiti met een positieve boodschap

read more »

NEnz’s Weird World

Voorheen schreef ik in NEnz’s Weird Weekends altijd over de vreemde dingen die ik zag of die mij overkwamen in mijn weekenden. Tegenwoordig blijkt dat de weirdness niet tot het weekend op zich laat wachten: af en toe lijkt mijn hele wereld wel weird. Maar laat me je vertellen: I like weird. Ik hou ervan als ik nietsvermoedend over straat loop en een bizar gesprek opvang. Een ongebruikelijke situatie gadesla. Of als ik tijdens het winkelen een wonderlijke paradijsvogel tref.

Daarom, lieve lezers, heb ik besloten om NEnz’s Weird Weekends te hernoemen tot NEnz’s Weird World. Zelfde vreemde avonturen, maar dan ook van door-de-week.

Neef L. maakt mij al ruim een jaar lekker met zijn geuren-en-kleuren-beschrijvingen van een Japans lunchtentje waar ze waanzinnige ramen (noodlesoep) serveren, ergens helemaal in het pittoreske Uithoorn (of all places). Toen ik zijn beschrijvingen van de perfecte kom ramen niet meer aankon en gekweld & hongerig uitriep dat ik daar heen móest, was hij gelukkig zo ridderlijk om mij en mijn lief (die er ook al was geweest) mee te nemen naar dit mini-restaurantje (zes tafels). Vantevoren hadden de boys al vol opwinding verkondigd dat ze altijd de enige ‘buitenlanders’ zijn in dit tentje en dat er verder alleen Japanners komen. Dit om de authenticiteit van hun receptuur nog maar eens te benadrukken. Toen we binnenkwamen, mochten we aan een tafeltje plaatsnemen… naast een groep Italianen. Hoe die daar in vredesnaam terecht waren gekomen, Joost mag het weten. Maar, authentiek bleek het hier wel – ondanks het Italiaanse gebrabbel van onze buren. Zo was de menukaart in het Japans opgesteld. Gelukkig was er ook een Engelse kaart. Alleen de drankenkaart, bestaande uit een briefje met handgeschreven Japanse tekens, bleef een mysterie. Dus bestelde ik maar Kirin; Japans bier, ondanks dat de klok net 13:15 had geslagen. Maar o jongens, toen die kom dampende ramen voor mijn neus werd neergezet… u had mij niet gelukkiger kunnen maken. Ramen met een waanzinnige miso-bouillon, zo’n schattig baby-paksoitje, een half perfect gegaard eitje, zacht varkensvlees, bosui en daarnaast mijn ultieme guilty pleasure: de perfect bereide gyoza (pasteitjes). Drie kwartier lang hoorde je aan onze tafel niks anders dan tevreden geslurp. Het was een regenachtige, gure dag, maar uren nadien wreef ik nog tevreden over mijn warme boeddhabuikje. Toen Neef L. ons terugreed en we in de auto nog aan het napraten waren over de misobouillon, zag ik door het raam tot mijn verbazing een vrouw hard over straat rennen met in haar hand een gootsteenontstopper. Zo’n klassieke houten met een rode ‘plopper’. Het voorval heeft me nog altijd niet los kunnen laten: waar was zij naar op weg? Was er een noodgeval? We zullen het nooit weten.

Dagje Den Haag met vriendin N. Ik liep te zwaaien met een reportage uit de VT Wonen waarin allerlei leuke winkeltjes stonden die we moesten uitproberen. En N. had zelf ook haar winkellijstje. Nu zijn wij niet zo heel erg bekend in Den Haag en denken we altijd dat ‘alles wel te lopen valt’. Nou, dat viel best tegen, kan ik u zeggen, voornamelijk omdat er met windkracht tien tegen onze wangen werd geblazen en je dan niet zo makkelijk je plattegrond uitvouwt (N. tegen mij: “Staat het erg nerdy als we met een plattegrond in de hand over straat gaan?”. Ik: “Ja, maar who cares?”). We hebben gelopen, en gelopen, en gelopen, en bubble tea met rainbow cake genuttigd bij 8tea5 (aanrader! En dan met name de fruit tea met lycheesmaak en mango-bolletjes) en gelopen, en gelopen en een dozijn Haagse koekjes naar binnen gewerkt en gelopen en gelopen… toen we eenmaal in de trein terug zaten, waren we best moe. Terwijl we bij de deuren stonden te wachten tot de trein het station zou bereiken en de conducteur omriep dat we voor een rood sein stonden, werd onze aandacht getrokken door een donkere mevrouw met geel geblondeerd haar – bijgestaan door een peuter in een buggy –  die ontzettend luidruchtig zat te rommelen met een paar koffers. Koffers werden geopend, er werden met grof geweld spullen in geduwd, de koffers werden weer gesloten door er met vol gewicht op te duwen… het was niet eens zozeer het kabaal dat maakte dat alle aanwezigen in de coupé met open mond naar haar stonden te kijken, maar het was de geur die uit de koffers opsteeg. Die kan nog het beste beschreven worden als de geur van de exotische durian-vrucht; beroemd en berucht omdat de geur die hij verspreidt zo penetrant is, dat het in sommige landen verboden is om ermee in de lift te staan. Nu verwacht ik geenszins dat deze mevrouw een durian vervoerde, maar wat het dan wél was dat een dergelijke geur verspreidde… een raadsel.

Zondag besloten mijn lief en ik om onze voordeur aan de binnenkant van een fris kleurtje te voorzien. We hadden ook nog een spiegel, gered uit de collectie van Tante J., die we in dezelfde kleur wilden schilderen. Nu kun je in dit huis niets uitvoeren – wc schoonmaken, mascara aanbrengen, een gat boren – zonder dat ons katertje Noodles erbij komt zitten en ernaar komt staren. Gekscherend noemen we hem dan ook altijd ‘Opzichter Noodles’. Doe je de deur dicht om hem buiten te houden, dan krabt hij daar net zolang aan tot a) hij er een complete ondergrondse tunnel heeft weten te creëren indachtig de vrouw gisteren bij De Wereld Draait Door die ontsnapte uit de gevangenis door met een lepel een weg naar buiten te graven (fascinerend verhaal!), of b) je krankzinnig wordt van het irritante geluid en hem toch maar weer binnen laat. Nieuwsgierig probeerde hij te snuffelen aan het verfblik, de verfrollers en de kwasten, maar gelukkig leek het goed te gaan en konden we hem steeds voldoende weghouden bij de aquablauwe verf. Toen we ‘s avonds tevreden op de bank zaten en de deur & spiegel grotendeels droog waren, ontwaarden we op de houten vloer ineens een spoor van blauwe kattenpootjes. En warempel: nadat we Noodles’ pootjes inspecteerden, bleek hij inderdaad aquablauwe voetzooltjes te hebben. Hij keek natuurlijk als de vermoorde onschuld (zie foto) maar u bent gewaarschuwd: laat deze kat in géén geval binnen, al krabt hij nog zo hard aan de deur.

NEnz’s Weird Weekends

Oke, dit gebeurde eigenlijk al voor het weekend, namelijk afgelopen donderdag, maar toch, het is te bizar om het niet te beschrijven. Ik was even naar de Albert Heijn voor de deur getrippeld en stond aandachtig de verpakking van een fles limonadesiroop te lezen (checkerdecheck het gehalte aan kleurstoffen, zodat mijn neefjes niet als stuiterballen door de kamer gaan als ik ze er een glaasje van geef) toen ik om me heen een beetje consternatie voelde. Dit nog half registrerend keek ik op, om te zien dat twee puberjongens zich om mij heen hadden verzameld en een soort van dansje stonden te doen waarbij ze luid in hun handen klapten en met hun voeten op de vloer stampten. Ik dacht even dat eindelijk het moment was aangebroken dat mensen speciaal voor mij (voor mij!) in Flashmob-dans & gezang zouden uitbreken, maar bekeek de jongens nog eens goed en zag dat ze getooid waren met stekeltjeshaar, beugel en neppe Fendi buikportemonneetjes. Tijd om teleurgesteld te zijn, had ik niet, want beugel 1 riep luidkeels tegen me: “Jij bent echt ziek!”. Ik wist werkelijkwaar niet wat hij bedoelde en of dit positief of negatief moest zijn. Als wij thuis iemand ‘ziek’ noemen, is diegene óf bedlegerig of een bloeddorstige seriemoordenaar die in een dwangbuis thuishoort. Daarom vroeg ik voorzichtig: “Eh, ziek?”. Waarop beugel 1 bevestigde: “Ja, je bent echt ziek!”. Kleurstoffen van hier tot Tokio of niet; ik gooide de fles limonadesiroop snel in mijn mandje en maakte dat ik wegkwam.

Bij thuiskomst whatsappte ik schoonzus R. om het bizarre voorval uit te leggen en te vragen of ik er echt zo koortsig uitzag, die mij vertelde dat ‘ziek’ in straattaal ook wel ‘cool’ kan betekenen. “N. roept altijd: “Die film is echt ziek!” als hij een film cool vindt”, aldus schoonzus R. Ik was semi-gerustgesteld.

Mijn moeder en ik delen al jaren dezelfde kapper, die ons altijd bij mijn moeder thuis komt knippen, terwijl we gezellig soulplaten draaien en koekjes eten. Nu is het weleens voorgekomen dat deze kapper niet helemaal op tijd was. Ik kan het beter omdraaien: het is weleens voorgekomen dat deze kapper helemaal op tijd was. Want het is dat we hem zo graag mogen en hij zeer begaafd is met schaar & mes (kappersmes, geen slagersmes), aangezien hij het van zijn gevoel voor timing niet moet hebben. Enfin: van de week smste mijn moeder mij (want zo doen moeders dat tegenwoordig: die bellen je niet meer gewoon, die stellen hun vragen via sms, Facebook en Twitter) of ze de kapper zou vragen om langs te komen. Zij zou de afspraak wel maken. Even later smste ze terug: “Zaterdagochtend of zaterdagavond?”. “Ochtend”, smste ik terug. Waarop ik van mijn moeder een bevestigend smsje kreeg dat het zaterdagochtend werd (dit is het stuk dat je moet onthouden).
Enfin: afgelopen zaterdagochtend sleepte ik mezelf uit bed, seinde ik vriendin T., met wie ik een afspraak had ná de kapper, in dat ik haar wel zou bellen als ik klaar zou zijn en toog ik naar mijn ouderlijk huis om daar de komst van onze kapper af te wachten. Toen het afgesproken tijdstip ruim een half uur was verstreken, begon mijn moeder te mopperen op de kapper – al kijken we nergens meer van op – en smste ze hem. Geen reactie. Toen het afgesproken tijdstip ruim een úúr was verstreken, waren zowel mijn moeder, ik als mijn vader aan het mopperen (mijn vader scandeerde vanachter de krant in zijn luie stoel leuzen als: “Hij gooit zijn eigen glazen in!” en “Sjongejongejongejongejonge”) en belde ik de kapper, die niet opnam. Even later belde hij toch terug, waarop we samenzweerderig tegen elkaar sisten: “He he, daar zul je ‘m hebben, eindelijk, benieuwd wat zijn excuus is!”. Ik nam op en zei: “Je staat toch zeker wel voor de deur mag ik hopen?!” Waarop ik een uiterst slaperige en verbaasde kapper aanhoorde, die zei dat hij van niks wist, omdat hij helemaal geen bevestiging had gehad om nu, op dit tijdstip, bij ons aanwezig te moeten zijn. “Je hebt geen bevestiging gehad?” zei ik hardop, zodat ook mijn moeder het kon horen. Die klapte snel haar telefoon uit en begon door haar verzonden berichten te scrollen om me met de blik dat het recht had gesproken in haar ogen een smsje onder de neus te duwen met daarin het bewijs dat zij inderdaad had bevestigd voor nu, zaterdagochtend, 11:00 sharp. Aan mij. Met andere woorden: mijn moeder had de bevestiging alleen naar mij gesmst, niet naar de kapper. Die dus gewoon verder was gegaan met zijn leven, want zo gaat dat.
Mijn moeder wist niet hoe vaak ze zich moest verontschuldigen.

Zaterdagmiddag in de stad liep ik samen met vriendin T. langs een draaiorgel dat op zo’n luid volume hoempapa-muziek draait dat je spontaan je naam en achternaam vergeet. De nogal enge man die met het centenbakkie stond te schudden, bleef bovendien zijn centenbakkie op een dwingende manier onder de neus van T. schudden toen die probeerde langs te lopen, waardoor T. lichtelijk in paniek raakte en voorgoed een draaiorgel-trauma heeft opgelopen. Toen we even later een winkel binnengingen waar we rustig aan het rondkijken waren, zagen wij tot onze verbazing dat het draaiorgel ineens tot precies voor die winkel werd getakeld, alwaar ze hun draaiorgel-versie van ‘Sir Duke’ van Stevie Wonder inzetten. Sir Duke van Stevie Wonder! Op een draaiorgel! Ze moeten niet gekker worden, die weekends van mij.

NEnz’s Weird Weekends

In een roes

Afgelopen vrijdagavond was zo’n perfecte avond waarop alles wat fijn is in het leven ineens op miraculeuze wijze samenkomt en jou treft als een vlaag van pure gelukzaligheid. Na werktijd reden mijn lief en ik richting Amsterdam met vrienden L. & T. We hadden concertkaartjes voor Gregory Porter in Bitterzoet, waar ik me al weken enorm op verheugde, temeer daar Mr. Porter voor mij het menselijke equivalent is van een kop ‘Sleepy Time’-thee, frisgewassen haar en een verse pyjama. Als ik de stem van die man hoor – als ik de man zíe, verdwijnen al mijn zorgen en neuroses als sneeuw voor de zon en verkeer ik in een heerlijk roesje van zen & zaligheid. Hij beschikt over dezelfde rustgevende gaven als Nat King Cole.

Omdat we vooraf aan het concert ergens in de buurt een hapje wilden eten, had L. voor ons gereserveerd bij restaurant Geisha, vlakbij de Zeedijk. We waren er alle vier nog nooit geweest en wisten niet precies wat we moesten verwachten. Toen we binnenkwamen werden we verwelkomd door een deken van wierook, wat ons een klein beetje zorgen baarde, maar de menukaart beloofde veel goeds. We bestelden onder andere dim sum met iberico varken en wagyu beef, verse oesters voor de mannen, Koreaanse beefsalade met mango en kimchi, coquilles met wasabi-mayonaise en het állerlekkerste: op jasmijnthee gerookte eend in miso bouillon. Omdat L. ons naar Amsterdam had gereden, vroeg ik om de cocktailkaart en bestelde ik een drankje met de cryptische naam ‘blood and sand from the lowland‘. We waren aan de late kant na dit voortreffelijke eten, dus haastten we ons naar Bitterzoet, ons onderwijl afvragend of het al begonnen zou zijn. Toen we de concertlocatie wilden betreden, liep Mr. Porter ons toevallig bijna omver, op weg naar de achteringang. Just in time!

Het concert was vervolgens één warm jazz-festijn met prachtige liedjes die Mr. Porter met zijn fantastische stem speciaal voor ons leek te hebben geschreven. “Ik wil hem op mijn bruiloft!” riep T. Waarop Mr. Porter het volgende nummer inkleedde door te vertellen: “Er zijn onder jullie vast mensen die binnenkort gaan trouwen…” en hij vervolgde met het nummer ‘In good hands’.
Na afloop van het concert dronken we nog wat – ik bestelde een Martini – en vroegen we of Mr. Porter onze cd’s wilde signeren. Gelukzalig reed L. ons weer naar huis, alwaar ik mijn auto aantrof en me voor het eerst die avond realiseerde dat ik nog van L. & T.’s huis naar míjn huis diende te rijden. En dat terwijl ik normaliter uit principe geen druppel drink als ik nog moet rijden. Ik was het gewoon compleet, helemaal, volkomen vergeten. Gelukkig wordt je met een cocktail en een martini op geacht nog prima te kunnen rijden zonder een gevaar op de weg te zijn. En toch heb ik me de hele weg naar huis doodgeschaamd.

Put a ring on it

Zondag vierde mijn lief zijn verjaardag, bij ons thuis. Zijn uberschattige neefjes D. & S. verrasten hem ‘s ochtends al door in te bellen via FaceTime om hem te feliciteren. Die gelegenheid grepen ze ook meteen aan om en passant hun gehele dvd-collectie te tonen. “Nancy, wat ben je aan het doehoeeen?” riepen ze met hun suikerzoete stemmetjes door het speakertje van de iPad, terwijl ik met mijn oranje afwashandschoenen tot aan mijn ellebogen in het sop stond. “Ik ben aan het afwassen lieverds!” riep ik terug. “Afwassen?!” Ze trokken een vies gezicht. Neefje S. had wel een idee: “Anders moet je de afwas gewoon naar ons komen brengen, dan kun je het bij ons in de afwasmachine doen en is het na twee uurtjes klaar.”

Toen ze even later bij ons thuis waren,  zette vriendlief ze met de DVD van Bolt in de speler voor de tv in onze slaapkamer, waar ze tussen de jassen op het bed kropen. Toen ik even later ging kijken hoe het met ze was, trof ik ze aan met hun kleine handjes in mijn sieradenkistje, onderwijl mijn collectie ringen passend. Neefje D. was gecharmeerd van mijn ring met roze macaron, bezet met roze glittersteentjes. Neefje S. was vooral onder de indruk van mijn knuckle-ring met boombox, uit een ghetto-fabulous stijlverleden. “Misschien wil ik deze wel hebben…” kirde Neefje D., onderwijl pronkend met de veel te grote macaron-ring om zijn vinger.

Output

Ons katertje Noodles werd gedurende de gehele verjaardag doodgeknuffeld en liet het zich welgevallen door aanstellerig over zijn rug te rollen en zijn buddha-buikje te tonen aan de aanwezige gasten. Hij was ook totaal niet bang of geïntimideerd door de drukte. Maar terwijl we afscheid namen van de visite, begon Noodles ineens vreemd door de gang te hinken, waarop mijn moeder zei: “Hij sleepte net al heel raar met zijn kont over de grond”. De laatste gasten maakten aanstalten om te vertrekken, toen ik ineens een drol ter grootte van een mini-loempia ontwaarde onder de roze kast. De gasten gedag zoenend ging ik er snel voor staan met mijn glitterlaarsjes, hen het zicht op de onsmakelijke output van Noodles ontnemend. Totdat mijn oma ineens heel hard zei: “Kijk uit, daar ligt iets op de grond! Wat is dat eigenlijk…?” waarop ze zich richting het presentje van Noodles boog om het eens nader te inspecteren. “Oh hehehe, niks oma, dat ruim ik zo op, zullen we even naar uw jas lopen?” riep ik haastig, mijn oma en de andere gasten de woonkamer uit dirigerend.

Schoonzus R. kwam niet meer bij toen ik haar het verhaal via Whatsapp vertelde. “Ik weet nu hoe Mrs. Bouquet zich voelde!” typte ik. Waaraan R. toevoegde: “Keeping up appearances!”

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...