Category Archives: Weird Weekends

NEnz’s Weird World

Voorheen schreef ik in NEnz’s Weird Weekends altijd over de vreemde dingen die ik zag of die mij overkwamen in mijn weekenden. Tegenwoordig blijkt dat de weirdness niet tot het weekend op zich laat wachten: af en toe lijkt mijn hele wereld wel weird. Maar laat me je vertellen: I like weird. Ik hou ervan als ik nietsvermoedend over straat loop en een bizar gesprek opvang. Een ongebruikelijke situatie gadesla. Of als ik tijdens het winkelen een wonderlijke paradijsvogel tref.

Daarom, lieve lezers, heb ik besloten om NEnz’s Weird Weekends te hernoemen tot NEnz’s Weird World. Zelfde vreemde avonturen, maar dan ook van door-de-week.

Neef L. maakt mij al ruim een jaar lekker met zijn geuren-en-kleuren-beschrijvingen van een Japans lunchtentje waar ze waanzinnige ramen (noodlesoep) serveren, ergens helemaal in het pittoreske Uithoorn (of all places). Toen ik zijn beschrijvingen van de perfecte kom ramen niet meer aankon en gekweld & hongerig uitriep dat ik daar heen móest, was hij gelukkig zo ridderlijk om mij en mijn lief (die er ook al was geweest) mee te nemen naar dit mini-restaurantje (zes tafels). Vantevoren hadden de boys al vol opwinding verkondigd dat ze altijd de enige ‘buitenlanders’ zijn in dit tentje en dat er verder alleen Japanners komen. Dit om de authenticiteit van hun receptuur nog maar eens te benadrukken. Toen we binnenkwamen, mochten we aan een tafeltje plaatsnemen… naast een groep Italianen. Hoe die daar in vredesnaam terecht waren gekomen, Joost mag het weten. Maar, authentiek bleek het hier wel – ondanks het Italiaanse gebrabbel van onze buren. Zo was de menukaart in het Japans opgesteld. Gelukkig was er ook een Engelse kaart. Alleen de drankenkaart, bestaande uit een briefje met handgeschreven Japanse tekens, bleef een mysterie. Dus bestelde ik maar Kirin; Japans bier, ondanks dat de klok net 13:15 had geslagen. Maar o jongens, toen die kom dampende ramen voor mijn neus werd neergezet… u had mij niet gelukkiger kunnen maken. Ramen met een waanzinnige miso-bouillon, zo’n schattig baby-paksoitje, een half perfect gegaard eitje, zacht varkensvlees, bosui en daarnaast mijn ultieme guilty pleasure: de perfect bereide gyoza (pasteitjes). Drie kwartier lang hoorde je aan onze tafel niks anders dan tevreden geslurp. Het was een regenachtige, gure dag, maar uren nadien wreef ik nog tevreden over mijn warme boeddhabuikje. Toen Neef L. ons terugreed en we in de auto nog aan het napraten waren over de misobouillon, zag ik door het raam tot mijn verbazing een vrouw hard over straat rennen met in haar hand een gootsteenontstopper. Zo’n klassieke houten met een rode ‘plopper’. Het voorval heeft me nog altijd niet los kunnen laten: waar was zij naar op weg? Was er een noodgeval? We zullen het nooit weten.

Dagje Den Haag met vriendin N. Ik liep te zwaaien met een reportage uit de VT Wonen waarin allerlei leuke winkeltjes stonden die we moesten uitproberen. En N. had zelf ook haar winkellijstje. Nu zijn wij niet zo heel erg bekend in Den Haag en denken we altijd dat ‘alles wel te lopen valt’. Nou, dat viel best tegen, kan ik u zeggen, voornamelijk omdat er met windkracht tien tegen onze wangen werd geblazen en je dan niet zo makkelijk je plattegrond uitvouwt (N. tegen mij: “Staat het erg nerdy als we met een plattegrond in de hand over straat gaan?”. Ik: “Ja, maar who cares?”). We hebben gelopen, en gelopen, en gelopen, en bubble tea met rainbow cake genuttigd bij 8tea5 (aanrader! En dan met name de fruit tea met lycheesmaak en mango-bolletjes) en gelopen, en gelopen en een dozijn Haagse koekjes naar binnen gewerkt en gelopen en gelopen… toen we eenmaal in de trein terug zaten, waren we best moe. Terwijl we bij de deuren stonden te wachten tot de trein het station zou bereiken en de conducteur omriep dat we voor een rood sein stonden, werd onze aandacht getrokken door een donkere mevrouw met geel geblondeerd haar – bijgestaan door een peuter in een buggy –  die ontzettend luidruchtig zat te rommelen met een paar koffers. Koffers werden geopend, er werden met grof geweld spullen in geduwd, de koffers werden weer gesloten door er met vol gewicht op te duwen… het was niet eens zozeer het kabaal dat maakte dat alle aanwezigen in de coupé met open mond naar haar stonden te kijken, maar het was de geur die uit de koffers opsteeg. Die kan nog het beste beschreven worden als de geur van de exotische durian-vrucht; beroemd en berucht omdat de geur die hij verspreidt zo penetrant is, dat het in sommige landen verboden is om ermee in de lift te staan. Nu verwacht ik geenszins dat deze mevrouw een durian vervoerde, maar wat het dan wél was dat een dergelijke geur verspreidde… een raadsel.

Zondag besloten mijn lief en ik om onze voordeur aan de binnenkant van een fris kleurtje te voorzien. We hadden ook nog een spiegel, gered uit de collectie van Tante J., die we in dezelfde kleur wilden schilderen. Nu kun je in dit huis niets uitvoeren – wc schoonmaken, mascara aanbrengen, een gat boren – zonder dat ons katertje Noodles erbij komt zitten en ernaar komt staren. Gekscherend noemen we hem dan ook altijd ‘Opzichter Noodles’. Doe je de deur dicht om hem buiten te houden, dan krabt hij daar net zolang aan tot a) hij er een complete ondergrondse tunnel heeft weten te creëren indachtig de vrouw gisteren bij De Wereld Draait Door die ontsnapte uit de gevangenis door met een lepel een weg naar buiten te graven (fascinerend verhaal!), of b) je krankzinnig wordt van het irritante geluid en hem toch maar weer binnen laat. Nieuwsgierig probeerde hij te snuffelen aan het verfblik, de verfrollers en de kwasten, maar gelukkig leek het goed te gaan en konden we hem steeds voldoende weghouden bij de aquablauwe verf. Toen we ‘s avonds tevreden op de bank zaten en de deur & spiegel grotendeels droog waren, ontwaarden we op de houten vloer ineens een spoor van blauwe kattenpootjes. En warempel: nadat we Noodles’ pootjes inspecteerden, bleek hij inderdaad aquablauwe voetzooltjes te hebben. Hij keek natuurlijk als de vermoorde onschuld (zie foto) maar u bent gewaarschuwd: laat deze kat in géén geval binnen, al krabt hij nog zo hard aan de deur.

NEnz’s Weird Weekends

Oke, dit gebeurde eigenlijk al voor het weekend, namelijk afgelopen donderdag, maar toch, het is te bizar om het niet te beschrijven. Ik was even naar de Albert Heijn voor de deur getrippeld en stond aandachtig de verpakking van een fles limonadesiroop te lezen (checkerdecheck het gehalte aan kleurstoffen, zodat mijn neefjes niet als stuiterballen door de kamer gaan als ik ze er een glaasje van geef) toen ik om me heen een beetje consternatie voelde. Dit nog half registrerend keek ik op, om te zien dat twee puberjongens zich om mij heen hadden verzameld en een soort van dansje stonden te doen waarbij ze luid in hun handen klapten en met hun voeten op de vloer stampten. Ik dacht even dat eindelijk het moment was aangebroken dat mensen speciaal voor mij (voor mij!) in Flashmob-dans & gezang zouden uitbreken, maar bekeek de jongens nog eens goed en zag dat ze getooid waren met stekeltjeshaar, beugel en neppe Fendi buikportemonneetjes. Tijd om teleurgesteld te zijn, had ik niet, want beugel 1 riep luidkeels tegen me: “Jij bent echt ziek!”. Ik wist werkelijkwaar niet wat hij bedoelde en of dit positief of negatief moest zijn. Als wij thuis iemand ‘ziek’ noemen, is diegene óf bedlegerig of een bloeddorstige seriemoordenaar die in een dwangbuis thuishoort. Daarom vroeg ik voorzichtig: “Eh, ziek?”. Waarop beugel 1 bevestigde: “Ja, je bent echt ziek!”. Kleurstoffen van hier tot Tokio of niet; ik gooide de fles limonadesiroop snel in mijn mandje en maakte dat ik wegkwam.

Bij thuiskomst whatsappte ik schoonzus R. om het bizarre voorval uit te leggen en te vragen of ik er echt zo koortsig uitzag, die mij vertelde dat ‘ziek’ in straattaal ook wel ‘cool’ kan betekenen. “N. roept altijd: “Die film is echt ziek!” als hij een film cool vindt”, aldus schoonzus R. Ik was semi-gerustgesteld.

Mijn moeder en ik delen al jaren dezelfde kapper, die ons altijd bij mijn moeder thuis komt knippen, terwijl we gezellig soulplaten draaien en koekjes eten. Nu is het weleens voorgekomen dat deze kapper niet helemaal op tijd was. Ik kan het beter omdraaien: het is weleens voorgekomen dat deze kapper helemaal op tijd was. Want het is dat we hem zo graag mogen en hij zeer begaafd is met schaar & mes (kappersmes, geen slagersmes), aangezien hij het van zijn gevoel voor timing niet moet hebben. Enfin: van de week smste mijn moeder mij (want zo doen moeders dat tegenwoordig: die bellen je niet meer gewoon, die stellen hun vragen via sms, Facebook en Twitter) of ze de kapper zou vragen om langs te komen. Zij zou de afspraak wel maken. Even later smste ze terug: “Zaterdagochtend of zaterdagavond?”. “Ochtend”, smste ik terug. Waarop ik van mijn moeder een bevestigend smsje kreeg dat het zaterdagochtend werd (dit is het stuk dat je moet onthouden).
Enfin: afgelopen zaterdagochtend sleepte ik mezelf uit bed, seinde ik vriendin T., met wie ik een afspraak had ná de kapper, in dat ik haar wel zou bellen als ik klaar zou zijn en toog ik naar mijn ouderlijk huis om daar de komst van onze kapper af te wachten. Toen het afgesproken tijdstip ruim een half uur was verstreken, begon mijn moeder te mopperen op de kapper – al kijken we nergens meer van op – en smste ze hem. Geen reactie. Toen het afgesproken tijdstip ruim een úúr was verstreken, waren zowel mijn moeder, ik als mijn vader aan het mopperen (mijn vader scandeerde vanachter de krant in zijn luie stoel leuzen als: “Hij gooit zijn eigen glazen in!” en “Sjongejongejongejongejonge”) en belde ik de kapper, die niet opnam. Even later belde hij toch terug, waarop we samenzweerderig tegen elkaar sisten: “He he, daar zul je ‘m hebben, eindelijk, benieuwd wat zijn excuus is!”. Ik nam op en zei: “Je staat toch zeker wel voor de deur mag ik hopen?!” Waarop ik een uiterst slaperige en verbaasde kapper aanhoorde, die zei dat hij van niks wist, omdat hij helemaal geen bevestiging had gehad om nu, op dit tijdstip, bij ons aanwezig te moeten zijn. “Je hebt geen bevestiging gehad?” zei ik hardop, zodat ook mijn moeder het kon horen. Die klapte snel haar telefoon uit en begon door haar verzonden berichten te scrollen om me met de blik dat het recht had gesproken in haar ogen een smsje onder de neus te duwen met daarin het bewijs dat zij inderdaad had bevestigd voor nu, zaterdagochtend, 11:00 sharp. Aan mij. Met andere woorden: mijn moeder had de bevestiging alleen naar mij gesmst, niet naar de kapper. Die dus gewoon verder was gegaan met zijn leven, want zo gaat dat.
Mijn moeder wist niet hoe vaak ze zich moest verontschuldigen.

Zaterdagmiddag in de stad liep ik samen met vriendin T. langs een draaiorgel dat op zo’n luid volume hoempapa-muziek draait dat je spontaan je naam en achternaam vergeet. De nogal enge man die met het centenbakkie stond te schudden, bleef bovendien zijn centenbakkie op een dwingende manier onder de neus van T. schudden toen die probeerde langs te lopen, waardoor T. lichtelijk in paniek raakte en voorgoed een draaiorgel-trauma heeft opgelopen. Toen we even later een winkel binnengingen waar we rustig aan het rondkijken waren, zagen wij tot onze verbazing dat het draaiorgel ineens tot precies voor die winkel werd getakeld, alwaar ze hun draaiorgel-versie van ‘Sir Duke’ van Stevie Wonder inzetten. Sir Duke van Stevie Wonder! Op een draaiorgel! Ze moeten niet gekker worden, die weekends van mij.

NEnz’s Weird Weekends

In een roes

Afgelopen vrijdagavond was zo’n perfecte avond waarop alles wat fijn is in het leven ineens op miraculeuze wijze samenkomt en jou treft als een vlaag van pure gelukzaligheid. Na werktijd reden mijn lief en ik richting Amsterdam met vrienden L. & T. We hadden concertkaartjes voor Gregory Porter in Bitterzoet, waar ik me al weken enorm op verheugde, temeer daar Mr. Porter voor mij het menselijke equivalent is van een kop ‘Sleepy Time’-thee, frisgewassen haar en een verse pyjama. Als ik de stem van die man hoor – als ik de man zíe, verdwijnen al mijn zorgen en neuroses als sneeuw voor de zon en verkeer ik in een heerlijk roesje van zen & zaligheid. Hij beschikt over dezelfde rustgevende gaven als Nat King Cole.

Omdat we vooraf aan het concert ergens in de buurt een hapje wilden eten, had L. voor ons gereserveerd bij restaurant Geisha, vlakbij de Zeedijk. We waren er alle vier nog nooit geweest en wisten niet precies wat we moesten verwachten. Toen we binnenkwamen werden we verwelkomd door een deken van wierook, wat ons een klein beetje zorgen baarde, maar de menukaart beloofde veel goeds. We bestelden onder andere dim sum met iberico varken en wagyu beef, verse oesters voor de mannen, Koreaanse beefsalade met mango en kimchi, coquilles met wasabi-mayonaise en het állerlekkerste: op jasmijnthee gerookte eend in miso bouillon. Omdat L. ons naar Amsterdam had gereden, vroeg ik om de cocktailkaart en bestelde ik een drankje met de cryptische naam ‘blood and sand from the lowland‘. We waren aan de late kant na dit voortreffelijke eten, dus haastten we ons naar Bitterzoet, ons onderwijl afvragend of het al begonnen zou zijn. Toen we de concertlocatie wilden betreden, liep Mr. Porter ons toevallig bijna omver, op weg naar de achteringang. Just in time!

Het concert was vervolgens één warm jazz-festijn met prachtige liedjes die Mr. Porter met zijn fantastische stem speciaal voor ons leek te hebben geschreven. “Ik wil hem op mijn bruiloft!” riep T. Waarop Mr. Porter het volgende nummer inkleedde door te vertellen: “Er zijn onder jullie vast mensen die binnenkort gaan trouwen…” en hij vervolgde met het nummer ‘In good hands’.
Na afloop van het concert dronken we nog wat – ik bestelde een Martini – en vroegen we of Mr. Porter onze cd’s wilde signeren. Gelukzalig reed L. ons weer naar huis, alwaar ik mijn auto aantrof en me voor het eerst die avond realiseerde dat ik nog van L. & T.’s huis naar míjn huis diende te rijden. En dat terwijl ik normaliter uit principe geen druppel drink als ik nog moet rijden. Ik was het gewoon compleet, helemaal, volkomen vergeten. Gelukkig wordt je met een cocktail en een martini op geacht nog prima te kunnen rijden zonder een gevaar op de weg te zijn. En toch heb ik me de hele weg naar huis doodgeschaamd.

Put a ring on it

Zondag vierde mijn lief zijn verjaardag, bij ons thuis. Zijn uberschattige neefjes D. & S. verrasten hem ‘s ochtends al door in te bellen via FaceTime om hem te feliciteren. Die gelegenheid grepen ze ook meteen aan om en passant hun gehele dvd-collectie te tonen. “Nancy, wat ben je aan het doehoeeen?” riepen ze met hun suikerzoete stemmetjes door het speakertje van de iPad, terwijl ik met mijn oranje afwashandschoenen tot aan mijn ellebogen in het sop stond. “Ik ben aan het afwassen lieverds!” riep ik terug. “Afwassen?!” Ze trokken een vies gezicht. Neefje S. had wel een idee: “Anders moet je de afwas gewoon naar ons komen brengen, dan kun je het bij ons in de afwasmachine doen en is het na twee uurtjes klaar.”

Toen ze even later bij ons thuis waren,  zette vriendlief ze met de DVD van Bolt in de speler voor de tv in onze slaapkamer, waar ze tussen de jassen op het bed kropen. Toen ik even later ging kijken hoe het met ze was, trof ik ze aan met hun kleine handjes in mijn sieradenkistje, onderwijl mijn collectie ringen passend. Neefje D. was gecharmeerd van mijn ring met roze macaron, bezet met roze glittersteentjes. Neefje S. was vooral onder de indruk van mijn knuckle-ring met boombox, uit een ghetto-fabulous stijlverleden. “Misschien wil ik deze wel hebben…” kirde Neefje D., onderwijl pronkend met de veel te grote macaron-ring om zijn vinger.

Output

Ons katertje Noodles werd gedurende de gehele verjaardag doodgeknuffeld en liet het zich welgevallen door aanstellerig over zijn rug te rollen en zijn buddha-buikje te tonen aan de aanwezige gasten. Hij was ook totaal niet bang of geïntimideerd door de drukte. Maar terwijl we afscheid namen van de visite, begon Noodles ineens vreemd door de gang te hinken, waarop mijn moeder zei: “Hij sleepte net al heel raar met zijn kont over de grond”. De laatste gasten maakten aanstalten om te vertrekken, toen ik ineens een drol ter grootte van een mini-loempia ontwaarde onder de roze kast. De gasten gedag zoenend ging ik er snel voor staan met mijn glitterlaarsjes, hen het zicht op de onsmakelijke output van Noodles ontnemend. Totdat mijn oma ineens heel hard zei: “Kijk uit, daar ligt iets op de grond! Wat is dat eigenlijk…?” waarop ze zich richting het presentje van Noodles boog om het eens nader te inspecteren. “Oh hehehe, niks oma, dat ruim ik zo op, zullen we even naar uw jas lopen?” riep ik haastig, mijn oma en de andere gasten de woonkamer uit dirigerend.

Schoonzus R. kwam niet meer bij toen ik haar het verhaal via Whatsapp vertelde. “Ik weet nu hoe Mrs. Bouquet zich voelde!” typte ik. Waaraan R. toevoegde: “Keeping up appearances!”

NEnz’s Weird Weekends – Jaaroverzicht

Op mijn FLOW-kalendertje staat vandaag, op de allerlaatste bladzijde van dit jaar: “Goede voornemens? Neee! Stop je energie liever in het verzamelen van mooie herinneringen van het afgelopen jaar. Waar werd je blij van? Sluit het jaar af met een top 3 van mooie momenten in je hoofd.” Kijk; daar wordt een mens blij van. Niet jezelf buikpijn bezorgen vanwege alles dat beter, mooier of meer kan; maar het tellen van je zegeningen. Dat zal ik vannacht, als de klok 24:00 slaat, dan ook doen.

Naast mooie herinneringen heb ik ook veel gekke herinneringen. En die heb ik net zo lief als de blessings in mijn leven. Immers: niets is zo heerlijk als je verwonderen om een situatie en daar achteraf dan keihard om moeten lachen. Niet voor niets beginnen we in gezelschap onze dialogen graag met: “Wat me nou weer is overkomen…!” Waarna de luisteraar dikwijls met grote ogen aan onze lippen hangt. Bovendien kan het soms werken als een stukje traumaverwerking.

Ik besloot dan ook tot een klein jaaroverzicht van al mijn Weird Weekends van afgelopen jaar.

Er was het raadsel van de man die in een keer 50 gele kiwi’s kocht. Ik moet eerlijk bekennen dat ik elke keer aan hem moet denken als ik gele kiwi’s zie. De afgelopen jaren heb ik zo al diverse complottheorieen kunnen smeden. Waaronder: 1) de man verkoopt vanuit zijn keukenraam smoothies van gele kiwi’s. 2) de man heeft een marktkraam met groente en fruit en kocht de gele kiwi’s in de aanbieding, om ze met winst door te verkopen (dat doen de groenteboeren die hier op vrijdagmiddag voor de deur staan namelijk ook: die staan letterlijk de groenwaar van de Lidl door te verkopen). 3) er is zoiets als een ultrageheim gele kiwi-dieet, waar niemand nog iets van afweet, maar deze man wel (hij oogte trouwens wel ultraslank).

Er was de surpriseparty voor mijn schoonmoeder, waarbij we voor ruim 25 gasten een uitgebreide rijsttafel hadden besteld bij onze favoriete toko in Utrecht – waar vervolgens geen spoor van was. Nu hebben vriendlief en ik al dermate ervaringen met de desbetreffende toko dat we – mocht het er ooit op aankomen – onze eerstgeborene nog liever opeten dan toevertrouwen aan deze toko, en dus hadden we misschien al iets moeten zien aankomen. Toen het gerommel van magen begon door te klinken, pleegde ik een telefoontje aan de toko en bleek de mevrouw aan de andere kant van de lijn die ochtend de verkeerde bestelling te hebben gecancelled – jawel, die van ons. Waardoor er geen warm eten was voor 25 personen. Nog steeds doezel ik af en toe weg op de bank, dagdromend over wat er toch gebeurd moet zijn met die andere partij die dachten hun bestelling die morgen te hebben geannuleerd en ineens voor 25 personen nasi rames geleverd kregen. Als ik me de verbazing op hun gezichten voorstel, proef ik een vorm van zoete wraak.

Er was de suicidale wesp, die het huis binnen kwam vliegen op de geur van versgebakken bananenbrood en vervolgens – op mysterieuze wijze – in het kleinste kamertje terechtkwam, dat ik net aan het schoonmaken was (ja, lieve lezers, het kan niet altijd glamour zijn) alwaar hij besloot zichzelf te elektrocuteren door heen en weer te vliegen tegen de gloeilamp. Ik kan zo nog het gesis van zowel de lamp als de wesp horen. Hij landde vervolgens zacht in mijn emmer sop, ook wel bekend als de wespenhemel.

Er was de onverwachte ziekenhuisopname van mijn moeder. Iets waar we haar vooral niet aan moeten herinneren, want dan trekt het hele voorval aan haar geestesoog voorbij als de eerste minuten van Saving Private Ryan. O, o, mijn arme mamski. Ik weet nog steeds niet hoe ze die vijf dagen heeft overleefd (zijzelf ook niet trouwens) tussen Meneertje Jaja met zijn blauweplekkengezicht, de Darmenman die toen het bezoekuur nog in volle gang was tussen de ziekenhuisgordijntjes op de po moest, en het gebruikelijk leed dat zich afspeelt op de afdeling oncologie van het gemiddelde ziekenhuis. Zo begon mijn moeder op een avond plots ontzettend veel vocht vast te houden en op te zwellen, waarop de zusters die af en toe een blik kwamen werpen vooral dingen te zeggen hadden als: “Ja, vreemd” en “Ik snap er niks van”. Toen ik mij later hardop afvroeg of de zoutoplossing die mijn moeder al sinds binnenkomst kreeg toegediend niet misschien moest worden afgekoppeld, werd er “Gut, ja”  gemompeld en slonk mijn moeder eindelijk weer terug tot origineel formaat. Naar omstandigheden gaat het trouwens best goed met mijn moeder; ze heeft sinds die tijd gelukkig niet meer hoeven overnachten in het ziekenhuis. Zover zouden we haar overigens ook niet krijgen.

En dan tot slot een bonustrack, want volgens mijn geliefde – die ook wel de Leo Blokhuis van onze familie wordt genoemd – hoort er bij een Greatest Hits opsomming ook een nieuw nummer:

Schoonzus R. druppelde op eerste kerstdag mijn huis binnen in een beeldige spijkerbroek, maar verzuchtte vrijwel direct: “Nens, hij is eigenlijk veel te strak! Ik heb nog snel een andere spijkerbroek meegegrist en het kan zijn dat ik die straks als we in het restaurant zijn in het toilet moet verwisselen. Dan help je me wel he?”  Natuurlijk, dat doen schoonzusjes nou eenmaal. Eenmaal in het sushirestaurant zaten we met de hele familie aan een prachtige, originele familietafel; schoenen moesten uit, vanaf ons middenrif verdwenen we in een soort zitkuil. Ik vond dat wel best, want had zo mijn twijfels bij dat knalroze rokje dat ik voor de gelegenheid uit mijn kast had opgediept – dat nu wel handig werd gecamoufleerd. Van R. en de te strakke broek hoorde ik aanvankelijk niks, maar na het sushi-aperitief werd de situatie echter zo nijpend dat R. samenzweerderig tegen me zei: “Weet je wat? Ik doe het gewoon hier onder de tafel, wat kan mij dat schelen!” Dat we ons du moment middenin een vol sushirestaurant bevonden met feestelijk aangeklede familieleden aan tafel, sloeg ze in de wind. Zonder blikken of blozen (ik was nog even bang dat er net op dat moment een serveerster naar ons toe zou komen maar het was al te laat om twijfel te trekken) trok R. zo onder tafel haar strakke broek uit – overhandigde die aan mij en verwisselde ‘m voor een andere broek. Ik noem het een gave.

Ik wens jullie allemaal een jaar met heel veel mooie, memorabele weekends vol verwondering. Enne… Ze met me delen mag! ;)

NEnz’s Weird Weekends

Een doodnormale week kan binnen een mum van tijd héél anders worden, zo heb ik gemerkt. Vorige week belde mijn moeder mij doodleuk met de vraag: “Raad eens waar ik ben?”. Waarop het antwoord bleek: in een ziekenhuisbed. Sedert: de nacht ervoor.  Ik hoef je denk ik niet te vertellen dat ik daarop lichtelijk hysterisch werd: dat hebben meisjes nou eenmaal met hun moeders.

Twee weken geleden ongeveer kreeg mijn moeder een lichte chemokuur. De dag na de kuur troffen mijn opa & oma haar aan als een soort wervelwind die door het huis trok, onderwijl dekbedden luchtend, strijkend, de trap op en neer hollend en door het park rennend om boodschappen te hamsteren. “Ik heb zó veel energie!” riep ze nog. Maar vorig weekend sloeg de koorts toe, die een temperatuur van 40 graden haalde; code rood als je net chemo hebt gehad. Omdat de koorts niet daalde, moest mijn moeder ineens opgenomen worden in het ziekenhuis. En omdat de artsen er maar niet achter kwamen waardoor de koorts aanbleef (bij een gewoon, gezond mens is ‘ie binnen drie dagen wel weg; maar mijn moeder had al sinds zondag hoge koorts), moest ze zolang blijven. Elke dag ging ik langs met warme sokken, schone was, lekkere theetjes en een verse aanvoer van bladen. Nu weet ik niet of je ooit in een ziekenhuis bent geweest, maar de glamour is daar natuurlijk ver te zoeken. Toen ik mijn moeder ging bezoeken, verbaasde ik me er weer over hoe weinig privacy je hebt in het ziekenhuis en hoe je bent overgeleverd aan de andere zieke mensen in je kamertje.

Zo lag rechts van mijn moeder een man die al gauw de bijnaam ‘Meneertje Jaja’ kreeg. Dit was een bejaarde man, gekleed in een uitgelubberd Onslow-hemd en een korte gestreepte pyjamabroek die een zuurstoftank met zich meedroeg. Meneertje Jaja was overgebracht uit een bejaardentehuis nadat hij plat op zijn gezicht was gevallen, wat hem de nodige blauwe plekken in ‘t gezicht had opgeleverd, naast het blinde oog dat hij al had (quote van mijn moeder: “Leuk als je midden in de nacht een ziekenhuisbed krijgt toegewezen en hij het eerste is wat je ziet als je de volgende ochtend wakker wordt”). Tevens verzuchtte hij de hele tijd “Jaja…”, wat hem natuurlijk zijn glorieuze bijnaam opleverde. Tijdens bezoekuren schoten we geregeld in de lach als we hem weer hoorden Jajaën. Uiteindelijk werd Meneertje Jaja opgehaald door zijn zoon en diens zoon; allebei het evenbeeld van Meneertje Jaja, maar dan uitgevoerd in steeds kleinere versies. Net Matroesjka-poppetjes.

Ook was er een hele lieve oudere mevrouw, gekleed in zo’n gezellige oudere-mevrouwen-pyjama, die de hele tijd druiven en Ferrero Rocher at. Die mevrouw was de leukste patiënt in de kamer.

In het weekend zaten we middenin het bezoekuur rond het bed van mijn moeder, ondertussen Japanse zeewier snacks etend die schoonzusje R. had meegenomen vanaf Bali toen de zuster verkondigde dat er een nieuwe patiënt zou worden binnengebracht, die in het bed naast dat van mijn moeder zou komen te liggen. Terwijl wij zo lekker zaten te keuvelen werd er een bed binnengereden met een doodzieke man, die crepeerde van de pijn. De gordijnen rond zijn bed werden dan wel gesloten terwijl ze de arme man behandelden, maar ik voelde me ontzettend opgelaten dat ik daar zat en wilde net naar de gang hollen om de man zijn privacy te gunnen, toen er een po tevoorschijn werd gehaald en er vervolgens – nou ja – trompetgeschal klonk. Nu zou je zeggen dat ik in tijden van crisis verander in een hoopje ellende, maar neen; ik krijg dan altijd te pas en te onpas de slappe lach. Om van alles. Met een mengeling van een lachaanval en hartverscheurend medelijden rende ik proestend naar de gang, op de hielen gevolgd door vriendlief. Terwijl we buiten de klapdeuren een beetje zaten bij te komen hoorde ik het gepiep van oude bureaustoelwieltjes, waarop ik mijn moeder aan zag komen lopen met in haar hand haar infuus, gevolgd door de rest van haar bezoek. Hen was de kamer ook te klein geworden. Later refereerde mijn moeder aan deze man als ‘de Darmenman’. Mijn vader noemde hem ‘die man van de fanfare’. Ik zei nog verbaasd: “Ik wist niet dat hij bij een fanfare zat?”, waarop mijn vader een betekenisvolle stilte liet vallen (zie eerdere scène met de po).

Na weer een roerige nacht met de Darmenman naast haar, was mijn moeder meer vastberaden dan ooit om de artsen ervan te overtuigen dat zij daar niet hoorde. Ze trok haar joggingpak en sportschoenen aan, sjeesde heen en weer door de gang met haar infuus en klom op de hometrainer zodra er iemand van het personeel in zicht was; alles om te laten zien dat ze zich al veel fitter voelde. Toen de dokter arriveerde voor zijn ronde, keek hij naar de oude mensen links en rechts van mijn moeder, naar de hondszieke Darmenman en toen weer naar mijn moeder, die rechtop en blozend in bed zat en zei hij: “Zou u misschien al naar huis willen? Onder strikte voorwaarden hoor, maar dat is misschien beter.”

En zo mocht mijn moeder – nog steeds met koorts maar as ready as ready can be – zondagmiddag eindelijk naar huis. Waar ze meteen al opknapte van de omgeving. Ze moet nog steeds elke dag bellen met het ziekenhuis en af en toe terug voor onderzoekjes, maar ze hoeft in ieder geval niet meer te slapen naast Darmenman en alle bejaarden. En die wetenschap is al genoeg om van op te knappen.

NEnz’s Weird Weekends

Zaterdag was er een familiefeestje bij mijn oom & tante in het zuiden des lands. De vader van mijn (aangetrouwde) oom was er ook en je moet je voorstellen dat ik de beste man – die ergens achter in de 80 is – ongeveer één keer per jaar zie. Toen ik hem ging begroeten, vroeg hij dan ook hoe ik ook alweer heette. “Nancy” zei ik. “HOE?”, zei hij. “NAN-CY”, herhaalde ik. “HOE?”, zei hij weer. Nadat ik mijn naam nog een keer in zijn oor tetterde zei hij verbaasd: “Nenfie? Wat een aparte naam!”. Goh. Te moe om tegen te stribbelen dacht ik: ach wat kan het mij ook schelen, dan heet ik vandaag maar Nenfie. Toen vroeg hij: “Waar komt dat eigenlijk vandaan, Nenfie?”. “Ik zou het niet weten”, antwoordde ik naar alle eerlijkheid. “Ja jij moet dat toch weten, het is jouw naam!” riep hij (uhm, not really grandpa).  Ik gaf hem toen maar de betekenis van mijn enige echte originele naam en zei dat het iets van ‘lieflijk’ betekende. Waarop hij smalend zei: “Nou, als ik jou zo zie, dan klopt dat wel!”. Ik stamelde iets van dat ik nodig was in de tuin en ben de rest van de dag uit zijn buurt gebleven.

Dezelfde dag, terwijl ik weer eens een vluchtroute zocht voor de man die dacht dat ik Nenfie was, viel mijn oog op een nieuw schilderij in het huis van mijn oom & tante. In eerste instantie deed het me een beetje denken aan graffiti, met grote verfspatten in rood, geel en groen. Terwijl ik ernaar stond te kijken, zag ik wat ronde zwarte vormen en toen ik me afvroeg wat mijn oom en tante erin hadden gezien, zag ik ineens Snoopy (jep, Snoopy) naar voren komen in het schilderij: aldus de zwarte ronde vormen. Enthousiast zocht ik mijn tante op en riep ik: “Wat een leuk schilderij van Snoopy hebben jullie gekocht!” Waarop mijn tante het verhaal uit de doeken deed van hoe zij en mijn oom het schilderij in een Expo hadden zien hangen, waren gevallen voor de bijzondere kleuren en vormen, het kochten, het thuis ophingen aan de muur en mijn Tante ineens verbaasd uitriep: “Verrek, het is Snoopy!”.

Op zondag wist vriendin N. mij zo gek te krijgen mee te gaan naar een vlooienmarkt in de Veemarkthallen in Utrecht. N. weet altijd te gekke dingen van de Kringloop vandaan te vissen; een collectie coole oma-theekopjes, geborduurde poefjes en buikkastjes die ze vervolgens helemaal oplapt. Door mijn hoofd speelden zich visioenen af van een Chinese vaas die ik ergens voor een prikkie op de kop zou tikken en die later een fortuin waard zou blijken. Helaas bleek de vlooienmarkt eerder een treurige bedoening van mensen die jaren en jaren vast hadden gehouden aan hun oude zooi en die hier uitstalden – en dat alles onder een deken van loempia- en frikadellenluchten. Daarentegen hebben N. en ik ons kosteloos vermaakt met de aanblik van alle koopwaar (en ook kooplui). Met als hoogtepunten een schilderij van de Mona Lisa dat een ingelijste puzzel bleek, een enorme eenhoorn-knuffel, een kraam met poppetjes die gevouwen waren van opgerolde handdoeken en een oude man die een opgezette arend kocht en tegen ons zei: “Voor een euro mag je ermee op de foto”.

NEnz’s Weird Weekends

Ietwat laat na het weekend, maar daarom nog niet minder weird:

Een afspraak met de pedicure en ik had enorme haast. Ik was even vergeten dat mijn auto niet handig voor de deur stond, maar een blok verderop, omdat mijn straat openligt. Tot overmaat van ramp bleek op de snelweg de afslag afgesloten te zijn waardoor ik een helse rit door de binnenstad moest maken, waarbij ik elke vijf minuten weer achter een andere caravan geplakt zat. Toen ik eenmaal het centrum binnenreed, vlakbij de pedicure, bleek ook daar weer alles afgesloten waardoor ik noodgedwongen de parkeergarage binnenreed.
Nu moet u weten: ik spring nog liever naakt uit een vliegtuig dan dat ik een parkeergarage binnenrijd. Bovendien was mijn auto zeiknat van de dikke regenbui die daarvoor op mij neer was gedaald, was het pikkedonker in die garage en besloegen al mijn ruiten meteen van mijn aansnellende ademhaling. En het was druk, heel druk. Tel daarbij op dat ik al bijna tien minuten te laat was voor mijn afspraak, dus toen ik het eerste de beste parkeerplekje zag, reed ik daar meteen in. Terwijl ik daar zo rechts instak, voelde ik al aan mijn water dat dit geen goed idee was geweest. Rechtsachter bij mijn portier hoorde ik een doffe ‘TOK’, waarna ik zeker twintig seconden paniekerig met mijn handen heb zitten wapperen en alle Goden heb vervloekt. Ik durfde haast niet uit te stappen om de schade te bekijken, maar ik had natuurlijk die afspraak waarvoor ik al te laat was, en met dat ik uitstapte zag ik dat ik mijn auto met zijn rechterzijkant tegen een paal aan had gezet. Niet wetende wat ik moest doen, deed ik maar wat ik altijd doe in blinde paniek: eerst duizend doden sterven en daarna mijn moeder bellen. Zij kalmeerde mij door te zeggen dat ik maar gewoon naar mijn afspraak moest gaan en dat ze m’n vader wel naar de betreffende parkeergarage zou sturen om me te helpen met mijn auto.
Aan het grapje heb ik trouwens een paar flinke krassen overgehouden. Gelukkig vrij oppervlakkig, maar niet fraai. Al met al had de schade nog veel erger kunnen zijn en ik was allang blij dat ik niet tegen een andere auto aanzat. Ik stuurde vriendlief een foto van mijn auto, zij-aan-zij met die grote dikke paal met de woorden uit zijn favoriete Jim Carrey-film: “Like a glove!”. Die kwam niet meer bij.

Zaterdagmiddag bevond ik mij in een o-zo charmante winkelstrook in mijn buurt, voor wat boodschappen. De enige redding van het imago van deze strook is de fijne koffietent die er zit, alwaar ik alle verschillende theesoorten op mijn dooie gemakje stond te besnuffelen. Totdat er opeens keiharde alarmbellen klonken en een omroepstem die ons maande het pand te verlaten. Alle klanten staarden daarop betekenisvol naar het personeel, dat geen krimp gaf en iets riep in de trant van: “Och, dat waait wel over, gebeurt zo vaak.”
Maar toen de omroepstem steeds dwingender begon te klinken, bleek het toch menens en werden alle winkels in de winkelstrook ontruimd door een iets te zware beveiligingsmedewerker die de hele tijd zenuwachtig van links naar rechts sprintjes probeerde te trekken en daarbij indrukwekkend probeerde te lijken. Wij zaten ondertussen op het terras (tussen andere mensen die hun high tea maar naar buiten hadden verplaatst) onze zojuist aangeschafte dvd’s te bekijken en ik belde mijn moeder maar eens hoe het leven stond. Onderwijl vloog er nog een brandweerwagen met loeiende sirenes door de straat, die het nog heel spannend maakte door de indruk te wekken dat hij op het parkeerdek te moeten zijn (precies op de plek waar vriendlief’s gloednieuwe auto geparkeerd stond – waarop ik nog iets grapte van dat we beter met mijn auto hadden kunnen gaan, daar zaten toch al krassen in). Een kwartier later vertrok de brandweerwagen weer en was de kust veilig verklaard. Ik hervatte mijn thee-besnuffel-sessie en kocht uiteindelijk hele lekkere thee voor mijn tante.

Ik had net iets heel zoets staan bakken in de keuken, waar vriendlief nog de laatste hand legde aan het avondeten en was inmiddels bezig met de glamoreuze taak het toilet schoon te maken. Terwijl ik met twee schoonmaakhandschoenen in het sop stond, riep vriendlief hysterisch vanuit de keuken: “Er zit een wesp bij je gebak!”. Ik riep iets vermoeids terug van dat ik net tot aan mijn oksels in het sop stond, toen vriendlief keihard door de gang kwam gesjeesd richting de slaapkamer, naar ik dacht op zoek naar een vliegenmepper of een ander moordwapen. Tot ik ineens een heel raar geluid hoorde. Ik dacht nog: goh, wat ruist dat sop hard (dat geeft vaak zo’n apart, knisperend geluid), maar hoorde al snel dat het van bovenaf kwam. Daar zag ik de lamp aan het plafond (op een paar meter hoogte – we hebben vrij hoge plafonds) en een wesp die zojuist bezig was zichzelf live te electrokuteren. Hij vloog steeds opnieuw tegen de lamp aan en maakte dan sissende geluiden. Weirded out als ik was, riep ik vriendlief erbij (die dus niet op zoek bleek naar een vliegenmepper maar naar een lange joggingbroek), waarop we de wc-deur maar even dichtdeden en de wesp alle privacy gunden in zijn zelfmoordpoging. Een paar minuten later vond ik hem terug in mijn emmer sop.

Love nenz

NEnz’s Weird Weekends: de surpriseparty

Nenzs weird weekends 11

Donut[1] Voor de 60e verjaardag van mijn schoonmoeder wilden we eens iets leuks doen. Iets met wow-factor. Zelf had ze al het plan geopperd om haar verjaardag op zondag te vieren, met de familie erbij en met lekker eten. Mijn geweldige schoonzusje, die er altijd voor in is om haar moeder (of wie dan ook) in het zonnetje te zetten, smeedde een ingewikkeld plan waarbij we het feest zouden organiseren dat haar moeder wilde hebben, maar dan stiekem op záterdag, in plaats van zondag. Aldus de verrassingsfactor. Schoonzus zou haar dan meelokken naar de stad, met een smoes over een vers verjaardagscadeau.
Dat liep allemaal toch iets anders dan gedacht, want mijn schoonmoeder – die nog bij -10 en een sneeuwstorm de stad in zou gaan om nieuwe vestjes/tassen/schoenen in te slaan (echt waar: ik kwam haar zo ooit tegen, ingepakt en met dikke UGGS aan), verklaarde nu namelijk helemaal geen zin te hebben om te gaan winkelen. Het vergde alle overredingskracht, vroeger gevolgde acteerlessen en gevoel voor drama van mijn schoonzus om haar alsnog mee te lokken naar de drukke binnenstad van Utrecht.
Ondertussen braken the boyfriend & ik in bij haar thuis om de kattenharen te verwijderen, te versieren, partyspul klaar te zetten en de gasten te ontvangen en arriveerde ook onze zwager met de verjaardagstaart (waarop – ook weer gesmeed door schoonzus – een foto prijkte van mijn schoonmoeder met ons katertje Noodles. Tot nog toe heeft niemand 'hem' durven aansnijden, maar de beeltenis van mijn schoonmoeder is allang verorberd – typisch). Dat van de gasten was nog een zenuwslopende toestand, want onze families staan niet bepaald bekend om hun stiptheid, waardoor meerdere gasten tegelijk dreigden te arriveren met het vooropgezette tijdstip waarop la schoonmama weer naar huis zou worden gelokt. Iedereen wachtte in spanning af tot de jarige zou binnenschrijden, maar waar was ze? Die stond ondertussen met een arm vol reeds te passen truitjes bij de overvolle paskamers van de Zara en weigerde meteen rechtsomkeerd te maken naar huis (en waarom zou ze ook, ze vermoedde overigens niets van de chaos die zich ondertussen bij haar thuis afspeelde).

Terwijl de gasten wachtten tot mijn schoonmoeder klaar was met winkelen, ging er boven mijn hoofd ineens een lampje branden: had het eten niet allang bezorgd moeten zijn? Jawel; drie kwartier geleden maarliefst. "Ik zou ze maar even bellen!", opperde Tante M. En dus belde ik onze cateraar du jour; Toko Mitra. Voordat ik verder in details treed, gebied ik u te vertellen dat Toko Mitra het allerlekkerste Indonesische eten van Utrecht (misschien wel van Nederland) heeft en dat mensen er al jaren in de rij gaan staan. Maar ook: dat het er typisch op z'n Indonesisch aan toe gaat. Dat wil zeggen: ze weten op een dusdanig ongestructureerde, chaotische, verwarrende en trage manier te werk te gaan, dat je voor twee keer dezelfde nasi kuning-schotel gerust een half uur moet staan wachten. Terwijl er één wachtende voor je is. En er 16 man achter de toonbank staan. En dat je vervolgens naar huis gaat met een totaal andere bestelling. Bovendien is er nog altijd geen pinautomaat (ik heb mijn vader onlangs in gedachten langzaam gesmoord nadat hij me had verteld dat je er tegenwoordig wél kunt pinnen – en dat dus niet zo bleek) en komt er dikwijls een stroom van zich uiterst langzaam voortbewegende oudjes langs die gezellig gaan staan te 'dagjesmensen'. En toch keer je er elke keer naar terug om ontbering na ontbering te doorstaan, omdat het eten er zo verrekte lekker is.
Ik had op dat moment dus al kunnen vermoeden dat er iets niet helemaal in de haak zou zijn. Und jawohl. Nadat ik Mevrouw Mitra (zo noem ik haar voor het gemak maar even) erop had gewezen dat er drie kwartier geleden al warm eten voor 25 man bezorgd had moeten zijn, hoorde ik haar paniekerig rommelen door haar papieren en diverse malen de onheilspellende woorden: "oh nee, oh nee, heb ik? Ik heb toch niet?" mompelen.

Het was dat je er bij Toko Mitra altijd op voorhand al rekening mee houdt dat er dingen mis kunnen gaan en dat mijn nieuwe pumps te erg knelden om in paniek te raken, maar desalniettemin was er even een glorieus 'oh-shit'-moment toen Mevrouw Mitra meende onze bestelling te hebben verwisseld met een andere bestelling, die diezelfde morgen was gecancelled. Ofwel: onze bestelling; warm eten voor 25 man, was gecancelled. "Maar ik kan het binnen een uur bezorgen, alleen moet ik dan wel weten wat jullie willen bestellen." Ik vertelde Mevrouw Mitra eerst even te zullen overleggen over hoe en wat en haar daarna terug te bellen. Maar voordat er actie kon worden ondernomen, bleken schoonzus & schoonmoeder nét met de auto de straat in te rijden. Snel knipten we de lichten uit en bliezen we de kaarsjes uit, waarna alle 25 gasten zich naar de linkerkant van de kamer moesten verplaatsen en wegduiken (ik rende op dat moment nog in paniek rondjes omdat ik geen plek kon vinden waar ik kon blijven en dook uiteindelijk ineen op de grond). De uitdrukking op het gezicht van mijn schoonmoeder was onbetaalbaar (en hilarisch!), want ze schrok zich werkelijk het apenzuur (en laten we wel wezen: da's toch altijd de reactie waar je op hoopt).

Terug naar de catering. Terwijl we mijn schoonzusje enigzins moesten kalmeren (deels van de paskamer-chaos bij Zara, deels vanwege het voltrokken toko-leed), kwamen we eigenlijk al vrij snel tot de conclusie dat we het niet meer aandurfden om een nieuwe poging te ondernemen met Mevrouw Mitra, vooral ook omdat het al wat laat werd en onze kleine neefjes geeuwende honger kregen. We besloten onze favoriete afhaalthai te bellen, die wel vaker redder in bittere nood is gebleken. Zij wokten er binnen een half uur 25 warme maaltijden uit, de helden. Saillant detail: net nadat we onze bestelling hadden geplaatst bij de thai, belde ineens Mevrouw Mitra op de huistelefoon (?) om te vertellen dat ze hun auto hadden volgeladen met gerechten en klaar stonden om te vertrekken. Maar ja, toen hadden we de thai al aan het werk gezet. "Jammer, maar helaas", aldus mijn boyfriend door de telefoon. En zo aten we alsnog heerlijk.

Donut[1] Trouwens; toen ik gisteren bij de Albert Heijn een zakje met 6 gele kiwi's wilde afwegen, stond er vóór mij in de rij een man die werkelijk een enórme zak gele kiwi's afwoog. Het moeten er wel 50 geweest zijn. Ik kon het uiteraard niet laten om te kijken op de stickerbon wat hij ervoor kwijt zou zijn: 13 euro. Het zal voor mij altijd een raadsel blijven wat een man met 50 gele kiwi's moet.

Love nenz

NEnz’s Weird Weekends #10

Nenzs weird weekends 10-2

Donut[1] Net als de rest van Nederland sta ik voor mijn paasboodschapjes bij de buurtsuper. Terwijl ik in de rij sta bij de kassa, wisselen de cassières de wacht. Vanaf de achterkant van de winkel komt een verse cassière aangelopen, die keihard tegen de andere cassière roept (zet Utrechts accent op): "ZO, IK HEB ME EFFE HELEMAAL VOLGEVRETEN MET PAÔSEITJES!". De blikken van mijn mede rij-zigers waren veelzeggend.

Donut[1] Nog meer paasboodschappen (ja mijn leven is vol glamour), ditmaal bij een grotere vestiging van AH, alwaar The Boyfriend en ik er een beetje snelheid in proberen te houden, want vriend D. kan elk moment voor de deur staan. Nu zou ik al een volledige dag door kunnen brengen voor het schap met jam (en ik eet nooit jam, kun je nagaan), dus dat vergt nogal wat van de mens.

Nadat wij ons met een handscanner een weg banen door een hysterisch drukke supermarkt en eenmaal bij de check-out-palen (hoe heten die dingen?!) staan om te betalen, begint dat vervloekte rode lampje bovenop de paal te knipperen. Vervolgens komt er een medewerkster aangesloft die de onheilspellende woorden spreekt: “Even een routinecontrole hoor”. Na wat te hebben gerommeld in onze boodschappenkar vraagt ze of we even mee willen lopen naar de informatiebalie (was dit een retorische vraag?), waar ze in een ter-gend langzaam tempo onze boodschappen één voor één uit de kar haalt, ze zachtjes aait met haar eigen handscanner, ze op de balie zet en ze pas aan het eind van dit uitgebreide ritueel weer even langzaam terugzet in onze boodschappenkar. In de tussentijd was ik veranderd in een plasje water. Toen ik vroeg waar deze marteling voor nodig was, zei ze: "U heeft drie verschillende soorten flessen sap in uw karretje van dezelfde prijs, maar u heeft drie keer dezelfde barcode gescand. Daar raakt ons inventariseringssysteem van in de war, want die weet dan niet dat er drie verschillende flessen sap zijn verkocht." Lieve lezers, u bent bij deze gewaarschuwd.

Donut[1]Eerste paasdag breng ik door bij mijn familie in Leiderdorp, alwaar ik samen met mijn nichtjes ga wandelen met de jongste spruit van de familie: 1-en-een-beetje-jarig neefje Q. Bij de dierenweide, waar het bol staat van de pasgeboren geitjes, proberen wij neefje Q. zijn eerste woordjes te leren. Als idioten staan we "geit, geit, geit" te scanderen, waarna neefje Q. zijn mondje opentrekt en spreekt: "aap". 
We hebben het er ook niet meer uitgekregen.

Ik hoop dat jouw (paas)weekend ook weird & wonderful was.

Love nenz

NEnz’s Weird Weekends #9

Nenzs weird weekends 9

Donut[1] Als het sneeuwt, ben ik één van de eersten die in haar wanten staat te klappen van pret. Maar zelfs ik moet toegeven dat er ook zoiets is aan overkill op het sneeuwfront. Een tripje naar de buurtsuper in je autootje wordt een dollemansrit, er is geen elegant kledingstuk meer te vinden dat je wapent tegen de kou (om over schoeisel nog maar te zwijgen – en ik vertik het om UGGS aan te schaffen – waarmee ik mezelf dan weer in 't been schiet, maar goed) en de ene verkoudheid is nog niet voorbij of je loopt alwéér rond met een snotneus en een dikke keel. Het is gewoon erg onpraktisch, die sneeuw. Ik voel me er af en toe een beetje als een rat in een val door – en ik zal niet de enige zijn.

Vorige week overleed een voor mij heel bijzondere oudtante en afgelopen vrijdag vond de begrafenis plaats, in Den Haag. Natuurlijk is zoiets als verdrietig genoeg, maar als de sneeuw dan ook nog eens met bakken uit de hemel komt en het complete Nederlandse verkeer ontregelt raakt, raakt een mens toch wel erg van de kook. Ik stond me 's ochtends met nog nat haar af te vragen of ik twee of drie paar sokken over elkaar aan moest trekken toen mijn moeder mij opbelde om te vragen of ik me wel aan de chaos op de weg wilde wagen. Er stond toen namelijk al zo'n 16 kilometer file. Nu ben ik het type dat zéér onrustig raakt van file. Als kind kon ik me niets heerlijkers voorstellen dan lekker knus op de achterbank van de auto onder een dekentje bivakkeren met een stapel Donald Ducks, maar ergens in mijn leven is er iets misgegaan (na een traumatische ervaring of twee, drie) waardoor ik niet langer kalm & sereen kan blijven als een autorit iets langer duurt dan ik gepland had. Bovendien schijn ik de reputatie te hebben te pas en te onpas een sanitaire stop te moeten maken – vooral als daar geen middelen toe geboden zijn – dus zoiets kon alleen maar uitlopen op een rampzalige rit.
En toch zei iets in mij dat ik hier gewoon bij moest zijn, dat ik dit niet wilde missen. En dus haalde ik diep adem, groef ik een oxazepammetje op, trok ik drie onderbroeken en drie paar sokken over elkaar aan en liet ik me door mijn ouders ophalen om aan onze barre wintertocht te beginnen.

Voor de dikke laag sneeuw en de glijpartijen was ik – misschien gek genoeg – niet bang. Maar toen we op een gegeven moment muur- en muurvast kwamen te staan middenop een kruising ter hoogte van de Prins Clausbrug – ironisch genoeg een kilometer voor een tankstation met wc – moest ik alweer zó nodig plassen dat de paniek toesloeg. Nu ga ik meer informatie met u delen dan me lief is, maar ik heb ooit eens een aflevering van Weeds gezien (één van mijn favo series btw) waarin hoofdpersonage Nancy (toeval?) bij de Mexicaanse grens in de file staat en zó nodig moet plassen dat ze uiteindelijk op de achterbank kruipt en haar behoefte doet in een lege koffiebeker van Starbucks. Geniaal idee! En dus stap ik – ik heb u gewaarschuwd! – tegenwoordig geen auto meer in zonder 'plasbeker'. Enfin: het was wat gehannes met al die lagen kleding en een over me heen gespannen dekentje en ik was nét klaar om al mijn gêne overboord te gooien toen we als in een gelukzalig moment tóch bij het tankstation arriveerden. Hallelujah!

Maar dat was nog niet de enige beproeving op onze route. Het was zó ontzettend druk en de wegen zo slecht begaanbaar, dat we al vreesden dat we te laat zouden komen. Middenin Den Haag raakte de tomtom van de leg – we kwamen ergens vast te zitten in de sneeuw en moesten met behulp van rubberen automatten (mijn ouders gaan altijd compleet voorbereid op pad – zo hadden ze ook een sneeuwschoffel in de achterbak liggen!) proberen om weer grip op de weg te krijgen en we konden niets meer doen: we zouden echt te laat zijn. Mijn tante belde nog dat ze de dienst een uur uit hadden kunnen stellen – omdat er meer mensen waren die last hadden van het verkeer – maar zelfs dat mocht niet baten: pas toen het laatste nummer werd gedraaid, kwamen wij binnengerend. Mijn vader was op dat moment zelfs nog rondjes aan het rijden om een parkeerplek te vinden – want alles was vol of onbegaanbaar. In totaal zijn we bijna vier uur onderweg geweest.

Gelukkig hebben we uiteindelijk nog mee kunnen lopen in de stoet en afscheid kunnen nemen bij de kist – dat was wel heel mooi in de sneeuw. En we waren er voor de familie: het belangrijkste. Na afloop van de dienst zijn we eerst maar naar het huis van één van mijn tantes meegegaan om nieuwe krachten op te bouwen met mini-risolles (Indische hapjes) en heel veel kerstthee en dat bleek maar goed ook, want op de weg was het nog steeds een chaotische toestand. Want alle opleggers van Nederland vonden het ook ineens nodig om te scharen. Whatever that may be. De terugweg verliep ondanks een file door een in de brand staande auto (ieks!) wel wat beter en de door mijn tante toegestopte plastuit zorgde voor een zekere innerlijke rust: na tweeënhalf uur was ik gelukkig weer veilig thuis alwaar ik de vloer eventjes heb gekust en tig halleluja-eske kreten heb uitgestoten omdat we wonderwel heel uit het avontuur waren gekomen. Mijn vader – de chauffeur van die dag – belde me na afloop ook nog even om zich te verontschuldigen voor die scheldkannonades in de auto: het was de chaos talking.

Voor je familie moet je wat overhebben (en dat zit ook wel snor). Maar mag ik bij deze wel een verzoek doen aan de weergoden om alvast de dooi in te zetten?

BoomboxLast Christmas – Mar Variation

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...