Category Archives: Foodie

Street Food Revolution!

Als ik met mijn vriend op stap ga, is het vaak hét punt van discussie: wáár gaan we lunchen? Immers: je hebt niet altijd zin om in een café of lunchtent neer te strijken en je hebt soms ook gewoon te weinig tijd om ergens te gaan zitten, op je bestelling te wachten, de ober te wenken voor de rekening (die dan ineens in geen velden of wegen meer te bekennen is) etcetera. Als je geen tijd of zin hebt om ergens te gaan zitten, heb je qua lunch-op-straat in Nederland een paar opties: een HEMA-hotdog, een zak friet, döner-kebab, een Vietnamese loempia of een broodje Subway. Als je écht geluk hebt, is er nog weleens een lekkere Italiaanse bol te krijgen (in Utrecht is het Broodje Mario wereldberoemd), maar voor de rest is het fastfood wat de klok slaat.

Wat een verschil is het dan als ik kijk naar reisprogramma’s over eten, zoals die van Anthony Bourdain. Of als ik kijk op de blogs van medesmulpapen over de hele wereld, die overal de lekkerste, meest kleurrijke lunches en streetfood eten. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de vele food trucks die andere landen in deze wereld rijk zijn; toffe karren waar lekker, vers en ook divers voedsel uit geserveerd wordt. ‘Waarom hebben we dat hier niet?!’, heb ik me dikwijls afgevraagd, terwijl ik maar weer een patatje ging halen bij Manneken Pis.

Gelukkig zijn er nog veel meer mensen die zich afvragen waarom er in Nederland maar geen gezond, lekker en divers streetfood te krijgen is. De gasten van Street Food Revolution (gestart door Vleesch Noch Visch) bijvoorbeeld. Zij zeggen: “In heel de wereld kan je heerlijk en gezond eten op straat, behalve in Nederland. Hier betekent streetfood; patat, hotdogs en oliebollenkramen; de ouderwetse vette hap. Er is gelukkig verandering op komst. De behoefte aan een combinatie van gezond, lekker en duurzaam voedsel word steeds groter. Een klein legertje innovatieve streetfood ondernemers staat al klaar om dit gat in de markt te vullen met hun gezamenlijke passie: liefde voor (h)eerlijk en gezond voedsel.”

Maar waar blijven ze dan; die kraampjes en food trucks met lekkere, eerlijk en gezonde happen? Die worden opgehouden door papierwerk. Vergunningen om precies te zijn. Want er worden geen nieuwe vergunningen verstrekt voor deze vorm van streetfood. Daardoor kunnen wachttijden voor een vergunning op sommige plekken oplopen tot wel 30 jaar.

Daarom roept Street Food Revolution op om de petitie te tekenen: “Vind jij het ook belangrijk dat we gezond en lekker kunnen eten op straat? Doe dan mee aan onze Street Food Revolution en word ook een Streetfoodfighter. Teken vandaag nog deze petitie en nodig al je vrienden uit hetzelfde te doen. Als we 40.000 handtekeningen verzamelen, kunnen we het onderwerp agenderen in Den Haag en gaat er hopelijk echt iets veranderen in ons straatbeeld.”

Teken ook! Surf naar www.streetfood.petities.nl en spread the word!

In oktober 2012 werd er een Foodguerilla georganiseerd in Amsterdam. Vele Nederlandse foodtrucks kwamen hier hun streetfood uitdelen. Wat een cool initiatief! Ziehier het filmpje:

Tijdschrift New York Magazine plaatste een overzicht van haar favoriete food trucks. Heel leuk om te zien (klik op de afbeelding om te vergroten)!

 

Must visit: burgerbar Meneer Smakers

Soms, sóms heb ik gewoon ontzettende zin in een hamburger (oké, vaak, váák heb ik gewoon ontzettende zin in een hamburger…). Ik ben helemaal niet zo’n fastfoodie, maar ik denk dat het komt door de umami: neem een hap van een (echt goede) hamburger en er volgt een smaakexplosie in je mond.

Maar zie hier in Nederland maar eens zo’n echt goede hamburger te krijgen. Als ik naar een willekeurige aflevering van ‘The Layover’ van Anthony Bourdain kijk, lijkt het wel alsof je overal ter wereld je tanden in zo’n burger kunt zetten. Maar in Nederland ben je toch aangewezen op de grote gele M of een broodje hamburger van de braderie: een wit, wattig bolletje waar zo’n flauwe Mora-burger op gekwakt is en als je geluk hebt een klodder ketchup en een verlept blaadje sla. Niet bepaald iets waar je smaakpapillen van gaan dansen.

Toen vriendlief en ik dan ook hoorden dat er een échte burgerbar geopend was in Utrecht, dachten we meteen: daar moeten we heen. En wat ziet het er tof uit, bij Meneer Smakers aan de Nobelstraat! De mooie huisstijl is overal doorgevoerd; tot en met de papieren zakjes en servetjes aan toe, op de grote krijtmuur leven studenten van de kunstacademie zich uit met echte krijtkunst, je krijgt je portie frietjes en je burger op vloeipapier in een mandje geserveerd zoals in een echte diner (heb ik een zwak voor wegens een teveel aan Amerikaanse films) en op tafel staan oldskool knijpflessen met ketchup en andere sauzen.

De burgers worden gemaakt van verse, eerlijke producten (er staat ook bij waar het rundvlees vandaan komt) en hebben allemaal een naam: van de Opa Harry tot aan De Tante Truus en de Ome Jimmie. Ik bestelde de Ome Huib; een gegrilde kipburger met gegrilde courgette, avocado, bosui en een frisse yoghurtsaus. Ik zei nog tegen mijn geliefde: “Is het niet heel fout om een kipburger te bestellen?”, maar hij antwoordde wijselijk: “als je het érgens doet, doe het dan hier”. Mijn lief bestelde de ‘Mevrouw Smakers’: een pittige 100% runderburger met gegrilde paprika, courgette, groene peper & geheime familie Smakers saus’. Overigens zijn er ook een vegetarische geitenkaasburger, een burger van walnoten en rode linzen en een zalmburger; voor wie geen vlees eet. Laat me je vertellen: allebei hebben we nog nooit zo’n lekkere burger op. De rest van de middag hadden we een uiterst tevreden vol buddha-buikje en riepen we tegen elkaar: “Als je zó’n hamburger hebt geproefd, wil je toch nooit meer een andere?”. Ga erheen dus: Meneer Smakers!

Things that make me happy: de lekkerste chocolade die ik ooit heb gegeten

Met een buik vol Korean Barbecue liep ik op een zaterdagavond langs de Metropolitan Deli in de Amsterdamse Warmoesstraat. Het is dat ik zo vol zat, anders was ik vast gezwicht voor een verse cornflake-cookie, rabarberijs of de warme wafel met chocoladesaus die vriend D. zonder blikken of blozen in één keer wegwerkte (wow!). Mijn darmen krompen al ineen bij het idee. Maar zwaar onder de indruk van het assortiment, kon ik niet zonder goodies naar huis. Zo vond ik er twee zakjes huisgemaakte marshmallows, met de schattige naam ‘Killing Me Softly’ (krijg het liedje van Roberta Flack nu niet meer uit mijn hoofd); de ene in de smaak pure chocolade en de andere met witte chocolade (bonuspunten voor de zwarte stipjes van het vanillestokje). Vooral die met pure chocolade zijn belachelijk lekker (de witte wat zoet voor mijn smaak). In een vlaag van hebberigheid had ik ook nog een reep chocolade, gewikkeld in vloeipapier meegenomen. ‘Melkchocolade met gerookt zeezout’ staat erop.

Welnu, die chocolade en ik hebben inmiddels een innige liefdesrelatie opgebouwd. Wens ik normaliter niks anders dan een 70% cacao-reep pure choco, nu bewaak ik elk blokje van deze reep melkchocolade (MELKchocolade!) met mijn leven voor de chocoladebuien van mijn lief (ik heb hem voorlopig kunnen afleiden met een grote zak paaseitjes die mijn moeder nog over had).

Want deze melkchocolade is zo anders, zoveel voller dan andere melkchocolade die ik in mijn leven heb geproefd. Hij is niet zo zoet en blijft heel prettig achter in je mond (oké dit klink gestoord), alsof je net warme chocolademelk op hebt. Het gerookte zeezout maakt ‘m lekker hartig en prikkelt je zintuigen.

De chocolade wordt trouwens gemaakt door Rodney & Enver, ofwel de enige echte (Nederlandse) Chocolate Makers! De cacaobonen die zij gebruiken, worden jaarlijks per zeilschip geïmporteerd uit de Caraïben. De naam van dat zeilschip is Tres Hombres, vandaar ook die naam op de reep. Hartstikke duurzaam transport, en per verkochte reep gaat er 30 cent naar het zeilschip.

Ik geloof niet dat ik ooit nog een normale chocoladeletter of chocoladepaashaas kan eten. Proef ‘t zelf!

De Tres Hombres-reep is online te koop via de website van Chocolate Makers. Overige verkooppunten vind je ook op de site.

Must-visit: Eyescream and Friends, Barcelona

Wat een geniaal idee: een ijswinkel in Barcelona wilde graag het traditionele Taiwanese schaafijs aan de man brengen. Alleen… zo’n hoopje geschaafd ijs, dat zag er niet al te aantrekkelijk uit, volgens de bedenkers van de winkel. “Het ziet er wat eigenaardig uit… eigenaardig, of lelijk eigenlijk”, aldus de luitjes van M Barcelona, die het concept voor Eyescream and Friends bedachten. Het schaafijs wordt doorgaans geserveerd met een enorme berg toppings & sauzen erbovenop. Dat ziet er dan ongeveer zo uit:

Bij M Barcelona haalden ze het dessert uit elkaar en besloten ze het ijs en de toppings los van elkaar te serveren. Bovendien werd het monsterlijke bergje schaafijs versierd met twee oogjes. Voilà: een monsterlijk leuk ijsje. Who knew dat oogjes zo veel karakter aan een berg schaafijs konden geven!

Voor elke ijssmaak werd daarna een monstertje en een bijbehorend karakter bedacht. En je krijgt je ijsje geserveerd in een kartonnen tray, met ruimte voor twee aparte toppings en een houten lepeltje. O jongens, we moeten deze zomer zó naar Barcelona, naar Eyescream and Friends!

Good & Evil Chocolate

Het zou kunnen dat zijn naam geen enkel belletje bij je doet rinkelen, of je vindt hem helemaal fantastisch, op het enge af: Anthony Bourdain. Hij is een Amerikaanse chef, auteur en tv-persoonlijkheid. Een heleboel persoonlijkheid zelfs. Hij is een soort rockster van de culinaire wereld. Als je zijn programma’s als ‘No Reservations’ of ‘A Cook’s Tour’ weleens hebt gezien, weet je: deze man rookt, drinkt, vloekt en eet alles wat los en vastzit. Bij voorkeur als het dubbel gefrituurd, niet door de Voedsel & Waren Autoriteit gekeurd of nog niet helemaal dood is (liefst alles tegelijk). Voor zijn programma’s reist hij de hele wereld over, op zoek naar de off the road plekjes die nog niet platgestampt zijn door toerisme, om daar waanzinnig lekker (en soms ook niet) te eten. Hij probeert álles. Van de beste hotdogs van New York tot aan extreem giftige kogelvis en kloppende cobra-harten. En hoe hij zijn eet-avonturen beschrijft, is hilarisch en fascinerend tegelijk.

Een goede vriend van Anthony Bourdain is chefkok Eric Ripert (of, zoals vriendin T. hem blijft noemen, naar aanleiding van zijn gelijknamige tv-programma: ‘Avec Eric’), die zijn eigen succesvolle driesterrenrestaurant ‘Le Bernardin’ runt in New York. Samen bundelden ze hun krachten en brachten ze een eigen product op de markt: chocolade. Niet zomaar chocolade, maar ‘Good & Evil Chocolate’: gemaakt van een hiervoor nog onontdekte, zeldzame cacaosoort uit Peru die waanzinnig schijnt te smaken. Omdat er maar 20 tot 22 cacaobomen van deze soort zijn, konden er slechts een paar duizend chocoladerepen van gemaakt worden. Die op hun beurt ook weer een stevig prijskaartje van 18 dollar hebben. Chocolatier Christopher Curtin van Éclat Chocolate maakte ze. Volgens Eric en Anthony zul je na het eten van deze chocolade nooit meer genoegen nemen met een reep voor simpele zielen. En hee: als het goed genoeg is voor deze twee smulpapen, dan is het ook goed genoeg voor jou en mij.

Chocolates with attitude

‘Chocolates with attitude’ hebben ze deze box met chocolade gedoopt, de luitjes van Bessermachen; een Deense ontwerpstudio. Nou, die attitude is wat mij betreft geheel terecht. Want heb je ooit zo’n waanzinnig mooie doos met choco gezien? Not me, my friend. En ik heb in mijn leven toch al boven heel wat boxes of chocolates staan kwijlen (noem het een hobby).

De pret begint al bij de chocoladebruine (natuurlijk!) doos, waarop de befaamde uitspraak van Forrest Gump, “Life is like a box of chocolates”, prijkt. Je schuift de box vervolgens open met een lade waarop de rest van de quote is gedrukt: “you never know what you gonna get.” Sehr toepasselijk ook weer, in dit geval, want er zitten maar liefst twaalf (!) verschillende ronde doosjes met chocolade in, stuk voor stuk zeer verrassend. De verschillende smaken zijn gekoppeld aan twaalf verschillende personages of persoonlijkheden, voorzien van een – o maak me gek! – bijpassende quote.  Voorbeeldje: chocolaatjes voor de ‘Care Giver’ worden omschreven als “a sweet center, gently coated with milk chocolate and a very sweet powder”. Geflankeerd door een quote van Booker T. Washington, die luidt: “If you want to lift yourself up, lift up someone else”. Is dat mooi of is dat mooi?

Nog eentje dan: ‘the rebel’ krijgt “sweet licorice with naughty chili coated with milk chocolate and red powder”. Daarbij een quote van Katherine Hepburn: “If you obey all the rules, you miss all the fun.”

Hebben we tot slot nog ‘the king’; “brazil nut coated with bittersweet dark chocolate and enhanced with golden cocoa powder”. Met op het deksel een uitspraak van Donald Trump: “You have to think anyway, so why not think big?”.

En dan nu de bittere pil: bij mijn weten zijn deze chocolaatjes alleen voor het mooie design en niet voor productie in het leven geroepen. Shit, moeten we weer chocolade gaan eten om dat verdriet weg te werken…

Baktip voor ‘t weekend: Rachel Khoo’s Croque Madame Muffins

Haar kookboek ‘Chez Rachel’ staat al een paar maanden in mijn boekenkast, maar het was mijn moeder die mij vol enthousiasme wees op het recept voor de Croque Madame Muffins van Rachel Khoo. Ze had een aflevering van Rachel’s serie ‘The Little Paris Kitchen’ voorbij zien komen op RTL4 en besloot haar zaterdagochtend te wijden aan het bakken van deze kruising tussen een muffin en een croque madame (een tosti met een gebakken eitje erbovenop). Laat het maar aan mijn moeder over om me lekker te maken door food-foto’s te posten op Facebook, en dus kon ik niet anders dan op zondagochtend met mijn slaperige hoofd óók die Croque Madame Muffins van Rachel bakken in mijn nieuwe keuken. Klein minpuntje: ik ben (nog) niet in het bezit van een muffin-tray, dus gebruikte ik twee cocottes als bakvormpjes voor de muffins. Dat ging prima! Maar ben je hongeriger, gebruik dan vooral je muffin-bakplaat en maak er zes of twaalf tegelijk. Je kunt ze namelijk prima invriezen voor latere snack-attacks.

Het fijne van dit recept is: je hebt alle ingrediënten waarschijnlijk gewoon al in huis! Bloem, boter, eieren en wat voorgesneden witbrood (don’t tell the Parisians!), dat je gewoon in je vriezer kunt bewaren zodat je ‘t altijd vers bij de hand hebt. Rachel gebruikt in haar originele recept ook kaas en ham, maar ik heb beide achterwege gelaten en de muffins waren evengoed heerlijk. Het zit ‘m allemaal in die goddelijke bechamelsaus (die je wel kent van je lasagne), het knapperige brood en dat perfect gegaarde eitje.

Ik kan je nu wel uit gaan leggen hoe je ze moet maken, maar dat doet Rachel zelf veel beter in onderstaand filmpje. Veel bakplezier en bon appétit!

Japanse koekjeskunst van Efuca

Je hebt koekjes en je hebt koekjeskunst, zo blijkt. Want ene Japanse ‘Efuca’ die ik op het spoor kwam via Pinterest, doet dingen met koek & glazuur die ik niet na kan doen. Geweldig!

Efuca’s blog is helemaal in het Japans, waar ik zelfs met Google Translate geen chocola (ha!) van kan maken, maar hee: beelden zeggen genoeg. En nu maar zelf flink oefenen in de keuken.

Boek om van te watertanden: Edible Selby

Dat Todd Selby interieurs kan fotograferen, weten we. Zijn website www.theselby.com, waarop hij foto’s plaatste van de interieurs van spraakmakende mensen met interessante levens en dito huisraad – dikwijls uit de kunstscene en modewereld afkomstig - oogstte wereldwijd grote lof en zijn boek ‘The Selby is in your place’ is inmiddels een klassieker voor op de koffietafel. Maar een mens kan maar zoveel Manga-poppetjes, bekladde bureaus en overvolle keukenkastjes fotograferen in zijn leven. En dus begon Todd aan een nieuw avontuur: binnenkijken bij restaurants. The Selby neemt je mee op ontdekkingstocht door de keukens van hippe restaurants, langs marktkraampjes waar ingrediënten worden ingekocht en over eco-chique rooftop gardens, door de huizen van de meest talentvolle chefs van dit moment en ga zo maar door. Mooie foto’s én mooi voedsel: om van te watertanden.

‘Edible Selby’ van Todd Selby (ISBN 9780810998049) verschijnt op 1 oktober 2012 in Nederland bij Bol.com (Engelse editie). Wie over zelfbeheersing beschikt (not me) kan ‘m bewaren voor op z’n verlanglijstje voor de Sint.

Koekjeskunst van Micarina

Hier kan ik nou uuuren naar kijken en zielsgelukkig van worden: mooie koekjes. Wat heet: ik zit zelfs te overdenken of ik een carrieremove kan maken richting de patisserie. Volledig geïnspireerd door de Japanse Micarina, die toch wel de allerallermooiste maakt. Woorden zijn verder overbodig (bovendien is het een uitdaging om de site van Micarina, die geheel in het Japans is, uit te pluizen), dus I’ll leave you to it. Geniet ervan, doe inspiratie op, of duik zelf de keuken in!

Meer cookies kijken? Surf naar www.micarina.jp!

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...